HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 31

JPEG (Deze pagina), 697.55 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

25
H aloude lierkomsten was gevestigd? (Bgrlr. bl. 49). Het is be-
· langrijk, de opgave van dat al van den schrijver te vernemen.
· In de eerste plaats dan werd verbroken de vereenigtng van ,
, Kerk en Staat, en eene afscheiding daargesteld » van godsdienst
- en staat, tengevolge waarvan de overheid zich niet meer als
V = G·ods dienares beschouwt (Bgdr. pag. 62).`”
­ i Ten tweetle werd vastgesteld, » eene afscheiding der staats-
, ej magten," die » een gestadigen burgerkrijg wettigt!" en » door
­ niemand, die orde bemint, kan geroemd worden (tb. bl. 62
i en eey
L l Ten etercle: » de denkbeeldige vrijheid en gelijkheid van a`-
) len, (NB. voor de wet in het stuk van goalscltenst, regtspraah,
l belastingen, ambten, berlleningen, ngverheicl, waarover zie den
heer vnEEoE zoo even aangehaald) » die ons aan eene aristo-
crette van AMBTENAREN EN KAPITALISTEN onderwerpt," (meent
men niet een socialist te hooren?) » kan aan ieder, die ware
li vrijheid (à la GROEN) verlangt, niet behagen."
Etndelgh is het, volgens den heer GROEN, onmogelijk, dat
je degeen, » die, in het bestaan en de ontwikkeling (!) der Natie
belang stelt, veel behagen scheppen kan in een regeringsvorm,
waarin het wezen eener Natie, gelijk die in de aaneenschakeling
jj van rangen en standen eene vrge en regelmatige werking behoort
te hebben, ten eenenmale wordt miskend” (ibicl. bl. 63). Dat
wil zeggen: volgens den heer cnoEN is het wezen eener natie
het mialcleneeuwsch verband of leenstelsel, met rangen en stan-
den van adel, geestelijkheid, burgers en boeren in regelmatige
E werking, zoo als dat bijv. in Zweden nog bestaat, en, zoo als
bekend is, aldaar voor het welzijn des lands zoo bijzonder heil-
rijke vruchten draagt (1). Die schakels zijn ten onzent, helaas!
(1) Zie Beschouwingen, bl. 199. » Koning, adel, geestelijkheid, ste-
den en burgerijen, corporatiën, zoowel als bijzondere personen, die allen
hunne eigene rechten en pligtcn, hunne sints lang gevestigde en gewij-
zigde betrekkingen hadden, werden in vroegeren tijd, gezamenlijk en niet
eerbiediging (!) van hun onderseheidene rangen en standen, als de Natie
i
l
a
I
l
|