HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 21

JPEG (Deze pagina), 680.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.73 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

15
llet is niet onbelangrijk den schrijver, bij dit voor zijne
denkwijze eardinale en beslissende punt, met bescheidenheid te
docn opmerken, dat zijne vrees en bekommering, de angst
van zijn gemoed, eenigermate de helderheid zijns oordeels hebben
benevcld, en hem bovendien regtstreeks der Katholieke kerk in *
de armen voeren.
Het verstand van den schrijver l1ad hem tegen de iniluiste- A
ringen der vrees behoeren te waarschuwen. Het kon hem al l
dadelük voorhouden, dat het in zijne eigene onderstelling eene l
ongerijmdheid heeten inogt te moonen, dat de geopenbaardo
Goclrlely/te waarheid door onderzoek aan het wankelen zoude
kunnen gobragt worden; - maar dat daarentegen elke poging
daartoe niets anders ten gevolge kan hebben, dan vernedering
van het onderzoek, en verheerlijking der eeuwige waarheid.
j` Indien het verstand van den heer enonn zich had mogen doen j
i’ hooren, zoude het hem zonder twijfel op zijne zwak- en klein- i
geloovigheid hebben gewezen. ,
, Verder zoude het hem welligt hebben afgevraagd: met welk I
regt hij zich toch verstoutte eene ondenkbare onderstrlling als l
waar en toekomstig aan te nemen? Van waar weet hij, dat
het onderzoek de geopenhaarde waarheid zal doen wankelen?
Zijn verstand weet dit niet; want het verstand laat zich met
dergelijke profetiön niet in. Het is immers al weder het door
enkele verschijnselen des tijds geschokte gevoel, het benaauwde
gemoed, dat schrikbeelden voor werkelijkheid neemt, de [ala
verdorvenheid der rede, en het traditionele van alle godsdienst. De hecr j
ii soiiomnn t. a. p. wüst het ongereformeerde der eerste meening aan. Ten
aanzien van het traditionele van alle godsdienst zoekt de heer GROEN
hulp hij SCIIELLING, en in opvattingen der Mythologie der oude volken, 1
welke aan eneurznn herinneren. Ik beveel, als tegongift, de leetuui
jg van LOBECICS Aglaop/tamas, en van o. nünamrs bekende Prolegomena;
vooral de schoone verhandeling van onzen te vroeg gestorven landgenoot
9 P. vm Lmmune eneownn: Sur Vexplicalion allégoriqae de la Mythologie
j Greeqae; 1847. v_
«