HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 14

JPEG (Deze pagina), 558.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB


II.
`
j DE LEER EN HET LIBERALISMUS.
i l ,,En ‘t vonnis, in der ül geslagen,
r Klonk: ,, Onregtzinnig in de 1eer."
Tonnrms.
l
` Het is te over bekend, dat liberalisrnus en liberale denkbeel-
den de eigenlijke bête noire van den heer enorm zijn. Hij
noemt die zelden anders dan » valsohe begrippen? Wat in
latere tijden tegen zyae overtuiging geschied is, wordt aan den l
verderfelijken invloed van het liberalismus toegeschreven. Even F
als het bijgeloof, dat de oorzaak werd der afschuwelijke heksen-
processen, in een of ander kwaad, wat den mensch overkwam,
r zonder aarzelen den persoonlüken invloed des duivels zag, zoo l"
ziet onze schrijver in de » onrust, verdeeldheid, partijschap’ l
(Bg'rlra_qe, pag. 45) van den lateren tijd, slechts den invloed
der » valsehe begrippen? [
Ik heb deze vergelijking met opzet gekozen. Het is mij na- è
melijk niet regt duidelijk, of de heer enorm niet eenigermate
geneigd zal zijn in dit voorbeeld meer dan eene vergelijking
te zien. Het moet tocl1 de aandacht in hooge mate tot zich
trekken, wanneer men hem, waar hg van het liberalrsmus
spreekt, uitdrukkingen hoort bezigen, als: » Opstand tegen
Gocl" (Beschouwingen, pag. 206); » theoriën, welke niet an­
ders dan de gevolgtrekkingen uit stelselmatige Gorlverloochening
l
(