HomeBrieven aan een oud-GaribaldiaanPagina 9

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.48 MB

PDF (Volledig document), 20.07 MB

l
l
l
l 'T
maakt, is dat de heele Michael Angelo, zooals hij werkelijk fs, hem
koud laat. VVant gij, als Italiaan, zijt meer dan een Italiaan en ik
` als Engelschman, ben meer dan een Engelschman. Onze sfeer van
· · belangstelling reikt buiten de landpalen. Maar deze arme stakker is
een Pruis en geen zikkepitje meer. Het eenige wat hij kan doen is
te graven, te graven naar dooie Pruisen, in de catacomben van Rome
j en onder de puinhoopen van Troye zoo goed als overal elders. Als
5 hij ergens een blauw oog vindt slingeren, is hij uitgelaten van voldoening.
{ Hij is zonder een sprankje philosophie; hij weet niet wat het
, is. Hij heeft een "hobby," een "idée fixe"-het verzamelen van
E Duitschers. Het zou niets voor U of mij zijn, onszelven wijs te maken
dat wij iets konden bewijzen middels deze snuggere methode, die het
L Duitsche woord "rothe" in Buonarotti weet te ontdekken. Wij
,‘ zouden ons kunnen amuseeren met op soortgelijke wijze Duitschland
j van al haar geniün te berooven. Wij zouden er b.v. op kunnen wijzen,
dat Moltke een Italiaan moet zijn geweest, te rekenen naar den
oud­Latijnschen stam " mol," dat treffend overeenkomt met de
j bekende zachte natuur van den grooten krijger. lllij zouden kunnen
_ zeggen, dat Bismarck welbescliouwd een Franschman was, want
I begint zijn naam niet met het in de Fransche theaterwereld zoo xx el-
bekend en zoo veelbegeerd " bis " ? Goethe zouden wij, Engelschen,
l als een landsman moeten beschouwen, omdat de twee eerste letters
J van zijn naam het woord " go ! " vormen, in onze sportkringen van
E zooveel beteekenis !
Het verschil tusschen ons en den Pruisischen professor komt neer
' op het feit, dat er bij ons niet " een van de vijf " op den loop is!
‘ Krankzinnigheid komt aan " die " zijde niet zelden voor. De
vader van Frederik den Groote, de stichter van de nieuwere Hohen­
` zollerns, was niet recht snik. Bij hem openbaarde zich de kwaal in
de hebbelijkheid om reuzen te stelen ; precies op dezelfde manier als
een rondreizend circus­man ze soms heeft. Ieder man die het ver
boven de zes voet bracht, of men hem in de wandeling de Russische of
de lersche, de Chineesche of de Hottentotsche Reus noemde, liep
i destijds gevaar te worden geschaakt en in de Pruisische Garde ingelijfd-
" Dezelfde minne soort dolheid heeft zich van Pruisische hooggeleerden
van het allooi zooeven behandeld meester gemaakt. Zij hebben maar
I één idee in ’t hoofd: zich van groote kerels meester te maken. Ik j
L zal U nu maar niet verder kwellen met een opsomming van al de j
andere reuzen, die zij hebben getracht te schaken; het zij genoeg I
j hier aan te stippen, dat St. Paul, Leonardo da Vinci en Shakespeare
‘ zelf onder de rariteiten te vinden zijn die op de Frederik-Wilhelm-
Kermis aan de gapende massa worden vertoond-met evenveel respect
A voor waarheidsliefde als in ’t geval hierboven aangetoond. Ik heb U
dit eigenaardig geval alleen daarom voorgelegd, omdat gij, nog eer
als kunstenaar dan als Italiaan, dadelijk zult voelen, waarom ik van
een " Duitsche toekomst voor Europa ” niets moet hebben. Ik verzet
, mij met alle macht die in mij is tegen iets, dat van een uitzinnig geloof
` in zichzelf is vervuld, maar waarin ik heelemaal niet gelooven kan.
_ Ik torn op tegen iets dat verwaand en bekrompen is en waarin ik moei-
lijk iets anders kan zien dan de grenzelooze koppigheid, die den
krankzinnige teekent. Tegen iets dat zichzelven wenscht te feliciteeren