HomeBrieven aan een oud-GaribaldiaanPagina 18

JPEG (Deze pagina), 973.47 KB

TIFF (Deze pagina), 7.34 MB

PDF (Volledig document), 20.07 MB

16
oude heidensche bouwineesters of die van de oude Katholieke steden .
in de leer heeft moeten gaan, steden, let wel, die, terwijl zij zulke
gebouwen wrochten, van onderlinge tweespalt kookten.
Eens merkte een Duitsch professor tegen mij op: " Ik zou niet
het minste gewetensbezwaar hebben tegen het met den grond gelijk
· maken van republieken als Brazilie, Venezuela, Bolivia, Nicaragua-
waar ze altijd in revolutie zijn, nu voor dit, dan voor dat." Waarop
ik antwoordde, dat hij dan zeker ook niets zou hebben gehad tegen
het uitroeien van steden als Athene, Rome, Florence of Parijs, plaatsen
waar men ook doorloopend voor het een of ander aan het vechten '*
was. Zijn antwoord duidde aan, dat hij omtrent Ceasar of Rienzi `
vrij wel hetzelfde voelde als de Schotsch-Presbyteriaansche dominee .
omtrent Christus, van wien hij opmerkte, apropos van ’s Heilands aren-
lezen op een Sabbath : " Wel, ik kan niet zeggen, dat ik hem daarvoor “
hooger acht."
Mijn vriend de professor was blijkbaar vast overtuigd, als al zijn
landgenooten, dat, welke rrdrn tot ond<rlinge oneenigheid er onder
zeker volk ook moge bestaan, de Pax Germanicus altijd niet vol-
komen recht aan hen kan worden opgedrongen; hij scheen door- ‘ ‘
drong>n van de z k rheid, dat daarmee opeens aan al hunne beho xften
van ord; en vrijheid zou wordin t·giinoit gzkoïnen en dat het, eens I
zoovrr, met revoluties rn pijnlijke r.acti<­s uit moest zijn. Ik voor f
inij houd er een geheel and ra opinie op na. Ik herinner mij uit mijn °
kinderjarr n een mal versje dat zich met merkwaardige scherpte in het Q
brein van gouvrrnantcs scheen te hebben gegrift en dat in ’t leven f
werd geroepen in den tijd dat de Duitsche sp.eelgo.=d­industrie ons goede I
vaderland begon te ov rstroomen. Hier is het :
Te br«k’rn wat Duitsche kinderen met vreugde maken
Schijnt Engelschen kinderen bijzonder goed te smaken.
Ik kan voor he-t genoegen van de Engelsche kinderen instaan:
· het was een zuiver en nobel pleizi rl Minder z‘k`r ben ik van de , à
vreugde die de Duitsche kl >in:;n vervulde, wanneer zij in de vangarmen _
van de moderne fabrirksnijvrrhvid grkluisterd zaten. Voor °t oogen- pj
blik wil ik mij echter brpal n tot de opmerking, dat ik mij heclemaal "
niet met de tegenstelling in dit fraaie vers opgesloten vereenig. Ik
i spreek de bedekte insinuatie dat zij die in staat zijn een ding te breken,
per se buiten staat zouden zijn het te maken, beslist tegen.
Dit is de minst opdringerige aanduiding van een onderwerp dat ‘ï
zich uitteraard om zijn kiesch karakter al bijzonder slecht leent tot
I discussie. Het is geenzins onmogelijk dat er tusschen U, Latijnen,
onderling gesrhilleii van god.~dienstigen en soeiaïen aard bestaan. In diti
verband kan ik dan alleen zeggen, dat wij niet alleen ons nationaal
bestaan tegen dezen oninog<-:l.ijken Pruisischen parvenu zullen hebben
te verdedigen, maar het recht om het onderling oneens te zijn evenzeer.
En de diepstgaande der opstanden of reacties waarop ik doelde is de
groote twecspalt, die, droevig genoeg, sinds minstens een eeuw den
j geloovigen zoon der Kerk van den Liberaal gescheiden houdt. Het
zij verre van mij, die tot eene natie behoor, waar men noch kerkelijk
noch in dcinocratischen zin tot uitersten gaat, de onderstelling te
wagen, dat het voor menschen als gij en in Uwe omstandigheden