HomeBrieven aan een oud-GaribaldiaanPagina 17

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 20.07 MB

l
15 l
het niet al te ernstig op-het is meer vuurwerk ; de Pruis daarentegen
is altijd diep ernstig, zoo gauw het zijn gevoelens voor ’t vaderland
geldt ; ze zijn even werkelijk als het daglicht. ‘
Op Mafeking Night, ter viering van een klein maar nog al roman-
tisch succes over de Boeren, stelde bijna iedereen zich in Londen aan,
vlaggetjes zwaaiend enz. Bijna iedereen in Londen is daar nu harte-
lijk beschaamd over. Maar . . . het was brooddronkenheid,
men moet er niet te veel beteekenis aan hechten. In een Pruis zou het
echter nooit één oogenblik opkomen, zijn aanmatigend gepoch op het j
` _ ver achter ons liggend Sedan na te laten; ook zelfs nu niet, nu de
herdenking van den laatsten naamdag van die gebeurtenis eigenaardig
samenviel met von Kluck’s voorbereiding voor de terugtocht van Parijs !
V Een ander verschilpunt is, dat de Pruis niet ongeduldig wordt-
, zooals met mij, in zoo ’n geval gebeuren zou-wanneer vreemdelingen
zich gunstig over zijn land uitlaten, terwijl hiervoor i. c. heelemaal
geen aanleiding bestaat. Maar een Pruis houdt van " likken," actief
en passief ; hij veroorlooft U, hem en zijn land te prijzen, aanleiding
of niet, zoolang gij maar wilt, ook al loopt het in het bespottelijke;
geprezen worden maakt hem gelukkig als een kind. Het is niet
onmogelijk, dat hij op deze hebbelijkheid niet weinig trotsch is; re-
­ deneerend, dat hij een pracht van een constitutie moet hebben om
het gif der vleierij zoo te kunnen verdragen, zonder misselijk te worden.
Hij denkt allicht dat de afwezigheid van de minste twijfel aan eigen
­ hoedanigheden, van zelfkennis, van zelfkritiek, iets zeer kranigs is,
de karakteristiek van zelfgevoel, zielegrootheid, een sereene gemoeds-
kalmte, het privilege van een superieur ras-in het kort een aanspraak
‘ te meer op den titel van prachtresultaat van Natuur plus Ontwikkeling.
Ik heb echter een nog vrij wat grooter klamte des gemoeds opgemerkt,
niet slechts in honden en negers, maar niet minder in hommels, regen-
wormen, beetwortels, mos, modder en stukken steen; ik voel heusch
niet veel voor dezen toetssteen om de min- of meerwaardigheid van
God’s kinderen te meten. Begrijp mij nu wel-ik heb met deze
opmerkingen een zeer bijzondere bedoeling. Ik wil U voor alles wijzen
j op ’t feit, dat de Pruis zich van revoluties niet het fiauwste idee kan
N vormen. Revoluties zijn vaak niets dan reacties. Hij heeft er niet
alleen het land aan, maar hij voelt er een vreemsoortig medelijden voor.
Hij is zich uit de algemeene historie, zooals zij aan het volk bekend is,
V vaag bewust, dat het met burgerlijke administraties en volksregeering
altijd faliekant uitliep, en dat wel voornamelijk, omdat de leden ervan
elkaar altijd in het haar zaten. De bevolking van Berlijn doet dit
niet, zij is er niet toe in staat ; daarom zal-volgens hem-de Duitsche
hoofdstad slagen, waar Griekenland en Rome faalden. Men zou zoo
zeggen, dat Berlijn tot dusver in niets geslaagd is, behalve in slechte
nabootsingen van Grieken en Romeinen en de Pruisen zouden ver-
standiger doen, zoo zij zich met het ontwarren van de details van de
Grieksche en Roineinsche geschiedenis bezighielden, zaken waarbij
men tenminste " op historische bodem " staat, dan met die van hun
eigen toekomst, waaromtrent men toch altijd min of meer in het
onzekere verkeert. Oonstateeren wij hier alleen het feit, dat Berlijn
voor elke koepel die zij bouwen, voor elke pilaar die zij opzetten, voor
elke kerk, Katholiek of Protestant, voor elke straat, breed of eng, bij de