HomeBrieven aan een oud-GaribaldiaanPagina 16

JPEG (Deze pagina), 941.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 20.07 MB

14
maniac het wil, totdat men het hun absoluut onmogelijk maakt, ze ,i
te doen. Tot dusver dacht ik altijd dat zekere dingen niet konden _
worden gezegd of gedaan. Ik hield het er voor, dat ieder man er
voor terug zou deinsen, te trachten een nieuwen vijand, als England, ,
om te koopen om een ouden vijand, als Frankrijk, te verraden. Ik l
dacht dat geen man schaamteloos genoeg zou zijn, een volk, dat zóó j
in zijn recht was als het Belgische, voor zijne wettige zelfverdediging
zoo te doen boeten. Zulke optimistische gedachten, amice, moeten
wij ver van ons werpen. Er is maar één ding dat den Pruis kan
beschaamd maken en dat, zoo waar helpe ons God, zal hij wedervaren, ` _
voor het einde daar is l
De Uwe,
G. K. CHESTERTON. «
MJJN WAARDE ....
De verpruiste Duitscher, van welk rassenmengsel hij ook zij, heeft
eene hoedanigheid, die wellicht uit een ras-oogpunt verklaarbaar
genoeg is; in elk geval komt zij duidelijk uit. Chamberlain, de _
Duitsche philosoof of geschiedschrijver (ik weet heuseh niet, hoe ik
hem moet noemen om hem volkomen recht te doen wedervaren)
merkt ergens op, dat pur-sang rassen zich in het bezit verheugen van j
bijzondere aanhankelijkheid; als voorbeeld noemt hij den neger
i en den hond en-mogelijk ook den Duitscher. Hoe het zij,
i het is een feit, dat er een opmerkelijk en werkelijk ding bestaat, dat ­
men als aanhankelijkheid, trouw, of mogelijk ook wel als afkeer van
verandering kan omschrijven, dat in Duitschers in ongeveer denzelf­
den vorm als in honden en negers wordt aangetroffen. De Noord-
Teuton bezit in dit opzicht ongetwijfeld de primitieve instinkten van
den wilde en van de lagere dieren: hij kent geen reacties. zal
b.v. nooit zichzelf uitlachen. Hem zal nooit de lust bekruipen, zich
zelf­bij wijze van spreken-een schop te geven. Hij weet, in tegen-
stelling met het meerendeel van ons, niet wat berouw is en evenmin "*
natuurlijk wat berouw is over betoond berouw. Hij leest zijn eigen
boeken niet om dan te vinden, of dat zij slechter, of dat zij beter zijn
dan hij had verwacht. Hij voelt zich niet ligtelijk en onredelijk van
een moreele katzenjammer bekropen, ook niet na de weelderigste “
genietingen, die dit leven bieden kan. Sla hem maar eens gade, zooals
hij zich in een Duitsch restaurant gedraagt en gij zult dadelijk zien,
dat hiervan geen sprake kan zijn. Kortom, hij mist, wat men in de
wetenschappelijke wereld zoowel als in de huishoudelijke noemt,
temperament. Men kan hem niet buigen en dan laten terugvliegen,
als staal; men kan hem alleen breken, als hout. Hierin staat hij
onder de verschillende menschenrassen op zichzelf en verschilt van
allen, mij bekend-het Uwe en het mijne, de Franschen, de Span-
; jaarden, de Schotten, de VVelshmen en de Ieren. Tegenspoed sterkt
hem niet, als ons. Voorspoed maakt hem niet zomzichtig of zelfs
benauwd, als ons. Men vindt deze bijzondere aandoenlijkheid in wat
de Franschen Chauvinisme noemen en wij Jingoisme. Wij nemen