HomeBrieven aan een oud-GaribaldiaanPagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.40 MB

PDF (Volledig document), 20.07 MB

13
zoodat zij er bij de bevolking den schrik in hebben te brengen en te
· houden door het neersabelen van ieder, die een kik durft geven,
Icreupelen ?i7?g€Sl0lG2’L. Nogeens, ieder onzer is overtuigd, dat er vele
goede redenen bestaan, waarom een officier zich met tot het neer-
sabelen van een krcupele zou verlagen, waarom het beter is, het met
te doen, terwijl het tevens vaststaat dat als regel een ofiicier zich van
dergelijke handelingen zal onthouden. Maar een officier kan zijn
sabel tegen een kreupele trekken en gebruiken en een Pmlsisch officier
_ zal dit con amore doen en er mee voortgaan, tot gij hem zijn sabel
T . afneemt. Het is deze krankzinnige en onbedwingbare zucht om geweld
1 te plegen, om realistisch te zijn, die hun geval zoo eigenaardig moeilijk
maakt ; het is machinaal, als een reflex-beweging, zooals een Chinees
ik iets nadoet of een half onnoozele bediende een opdracht geheel werk-
tuigelijk uitvoert. indien het in hun macht lag, om het graf van
Virgilius zwart-en-witte piketpaaltjes te slaan of om Dante°s over-
schot op te delven, om te zien of hij blond haar had, zon het doen van
zulke dingen, die voor ons tot het gebied der moreele onmogelijkheden
zouden behooren, hun als de meest gewone zaak ter wereld voorkomen.
Zij zijn pot­doof voor het gelach der eeuwen. Als zij de macht
. bezaten, onzen Eersten Minister of den Uwe in den letterlijken zin
voor verraad terecht te doen staan en hem te fusilleeren, zouden zij
zulk eene handeling, die voor elk ander hoogstens het karakter zou
kunnen dragen van een symbolisch bedrijf, zonder het minste gemoeds-
bezwaar tot werkelijkheid maken en hem ’t hoofd aan gruizelementen
schieten, vóór het in het hunne opkwam, de zaak te overwegen. Zij
zijn onvatbaar voor " stemming," voor atmospheer. Zij zijn allen
een beetje hardhoorig; hun kortzichtigheid is bekend. Zij nemen
het hoogst kwalijk, als hunne vijanden, na het gebeurde met België,
zeggen dat zij hunne beloften breken. En in zooverre hebben zij
misschien gelijk, want er is een bepaald soort van belofte, die zij in
staat zijn te houden. Indien zij hun woord hebben verpand om een
vrij land te ontzien of een ouden vriend; om een gezworen bond-
· genootschap te eerbiedigen of om een ongewapende bevolking geen
_, molest aan te doen, dan voelen zij zich door zulke restricties pijnlijk
E in hun vrijheid van beweging beknot. Zij gaan dan naar een of
l anderen professor toe, die hun uitlegt, volgens welk principe zij er
zich niet aan behoeven te storen. Maar hebben zij hun woord gegeven,
lj om de spits van zekere kerk af te schieten of om, bij wijze van aar-
digheid, een inktpot in iemand’s bier uit te gieten, of om bij hun
terugkeer uit de veldtocht de ooren van een vijand voor de familie
thuis te brengen, dan doemt er wellicht in hun brein een flauwe notie
op van wat beschaafde menschen gevoelen, Wanneer het op de naleving
van een belofte, in onderscheiding van het bloot afeggen aankomt. '
Met het oog op deze mogelijkheid kan ik niet zóover gaan als die zeer
gestrenge beoordeelaars, die kalmweg verklaren, dat men beter doet
voor het houden van een belofte op een Pruis niet te rekenen.
Ongelukkig is het juist deze drang naar realisme, naar handelen
en het nakomen van een bepaald soort beloften, die het voor Europa
zoo dringend noodzakelijk maakt, alle krachten in te spannen om deze
voorwereldlijke woestelingen, deze idioten, van een demonische woede
bezield, onschadelijk te maken. Zij willen dingen doen, zooals een