HomeBrieven aan een oud-GaribaldiaanPagina 14

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 7.40 MB

PDF (Volledig document), 20.07 MB

E
12
" Wie kan in onze dagen in Italie leven, zonder te gevoelen, dat een
vrouw, die haar kind zoogt, of een man, die staat hout te hakken, een .
ding van schoonheid is, dat hem van ontzag voor de volheid van het
mensch-bestaan vervult, zoodat het hem is of hij bloed ruikt, zooals
men brand ruikt ’€ " Italianen maken niet zelden den indruk van
lui te zijn, dat is, alsof het hun te veel is, zich te bewegen, niet
alsof zij zich niet kunnen bewegen, zooals met vele Duitsehers het
geval is. Maar ook al zou het harde oordeel op de Italianen passen,
schijnt het toch al zeer onhandig gekozen, als men er op uit is, hun
aangenaam te zijn! Resumeerende, mogen wij derhalve van de ’i _
Pruisen zeggen, dat zij niet alleen in diplomatisch vernuft en in philo-
sophie te kort schieten, maar ook in hunne pogingen, andere natien
voor zich te winnen. De Pruisisehe schrijver moge al voortgaan met ,
zijne pogingen om U "lekker " te maken en te bekoren door U te I
vertellen, dat gij onherroepelijk naar den kelder gaat en dat alle waar-
lijk groote Italianen inderdaad geen Italianen zijn geweest-men kan
daarom nog niet zeggen, dat de methode zich bijzonder tot populaire
propaganda eigent ; eerder komt het mij voor, dat op dit derde punt,
dat der overredingskunst, de praestatie der Duitsehers al evenmin
schitterend is.
Al het voorafgaande is van belang om de volgende reden. Gaat P
gij de zaak kahn bij Uzelven na, dan zult gij slechts tot één slotsom
kunnen komen: dat Europa, hoeveehhet ook koste, Duitschland moet
verslaan en een einde maken aan haar militair en materieel vermogen
om dingen te doen. Ook al moeten wij er allemaal voor vechten, ook
al moeten wij er ons voor doodvechten-het moet daarheen worden
geleid. Ook al zouden wij onder de dwergen van Groenland of de
reuzen van Patagonie om bondgcnooten moeten gaan, wij. moeten
niet aarzelen. De reden is dat, bijaldien wij dit daadwerkelijk en naar
de letter doen, andere dingen zullen worden gedaan, daadwerkelijk
en letterlijk, dingen, die ten hemel zullen schreien. Het zullen malle
dingen zijn, wezenlooze, bekrompen en idioote dingen, goed maar
. . . men zal ze doen ! Niets is voorwaar idiooter, om het _
zacht uit te drukken, dan de moreele positie die de Pruis in
Polen inneemt, waar een prachtig uitgedost overheidspersoon, in *Y
een pompeusen stijl van "besturen,°’ armen boeren bedriegelijk
d’r velden tracht afhandig te maken (en bedrogen uitkomt) om P
dan, als dit niet geinalckelijk gaat, zijn toevlucht te nemen tot j
het doen geeselen van kleine jongens, omdat zij zich verstouten “
d°r gebeden in d’r eigen taal te prevelen. Ieder, die éénig benul
heeft van waardigheid en ironie, in ’t kort van Home en Logos, zal
moeten erkennen, dat geen overheidspersoon ooit in de noodwendigheid
kan verkeeren, kleine jongens te doen geeselen ; dat hij zich hiervan
behoort te onthouden, dat het onraadzaam is zich aan zulke praktijken
schuldig te maken en dat, in ’t algemeen, ook geen enkel normaal
overheidspersoon ze toepassen zal. Maar een overheidspersoon is
physiek in staat, kleine jongens te doen afrossen en een Pruisiseh
ambtenaar zal zich hiertoe per se leenen, tenzij gij hem zijn stok af-
neemt. Niets is dwazer dan de stelling, die de Pruisen in de Elsasz
innemen, een gewest, dat zij voor onvervalscht Duitseh verklaren,
terwijl zij terzelfdertijd toegeven, dat het vreeselijk Franschgezind is,