HomeVerslag door den kapitein der artillerie O.W.C. de Brauw en den kapitein-ingenieur J.H. Kromhout, als commissie belast met eene Pagina 85

JPEG (Deze pagina), 582.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 70.20 MB

79
. Zulk een kazemat moet blijkbaar een minimaal schietgat
hebben , en om nu de afmetingen daarvan zoo klein mogelijk
te kunnen nemen zoo wordt verondersteld, dat het dikke van
den kop der vuurmonden is afgedraaid, iets dat, naar wij ver-·
meenen , zonder bezwaar kan geschieden.
Brengt men nu de geheele lengte van den vuurmond in
rekening, dan wordt de afstand van den tromp tot aan het
einde der zijraambalken voor wal­afluit .... 4,9 el;
En tot aan dat van de midden raambalk . . 5,9 n
Het raam is breed .......... 1,16 11
Het halve raam .....,.. z . . 0,58 w
Alzoo zie plaat XIII.
AB : 5,9 el.
· Bij een schootsveld van 609 is dus BE (de breedte der
kazemat zijnde) gelijk aan AB : 5,90 el.
Ei Een schootsveld van 60° veronderstellende, kan men dus
i eene breedte van 6,00 el aannemen. Er schiet dan bij den
j schuinsten stand slechts eene zeer geringe ruimte aan de ach- .
L terzijde van het raam over tusschen den zijraambalk en den
regtstand muur.
Het recul kan dan worden 2,8 el. Kan dat recul door remmen
teruggebragt worden op 1,4 el, dan kan ook de zijraambalk
even zooveel worden ingekort; de afstand van 4,9 el wordt
dan 3,5 el en de geheele breedte der kazemat 4,5 el, waarbij
dan even als boven de middenraambalk 1 el kan uitsteken.
Eene breedte van 5,00 el zou in dat geval eene zeer vol-
doende ruimte geven.
l Dezelfde breedte van 5 el laat bij het kanon van 12 pond
l lang een recul too van 1 el, waarbij dan de zijraambalken
m
5 »
4 [ l
il `
‘i