HomeVerslag door den kapitein der artillerie O.W.C. de Brauw en den kapitein-ingenieur J.H. Kromhout, als commissie belast met eene Pagina 83

JPEG (Deze pagina), 742.21 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 70.20 MB

lj ll, l
· l
l r
l
l
El 1
al
ll i
#2 N
ïl i
77
J.
ti middelen, die de vaste ligging en verbinding der deelen niet
bevorderen.
M BQ elke pantsering heett terugbuiging plaats , hetzij blüvend,
L-- bij massieve pantsering uit gebrek aan veerkraclitige terugwer-
¤' l king, hetzij tüdelük, doch zich door de veerkracht herstellende;
E in beide gevallen zullen de koppen dor bouten gevaar loopen
l' van af te breken; daar tegen worden zij verzekerd door getha
nl percha ringen en houten schijven , opgesloten door ijzeren mee-
jl ren. Bij de Breakwatertbrt kazemat braken desniettemin veel
P jj bouten, omdat de doerbniging der verticale staanders door ge· I
O brek aan veerkracht in de massieve pantsering door de ver-
_ schuivende platen, daar blijvend was, en bij het Millxvall
’ Shield brak geen enkele bout.
B De door den fabriekant van dit schild vervaardigde bouten
1 zün inwendig gedeeltelijk hel en zoodanig gewalscht, dat de
lf vezel in evenwijdige kringen om de bent loopt (zoogenaamde
J Parsons-bouten).
1 Rondom het schietgat schijnt echter eene massieve pantsering
‘ de voorkeur te verdienen. De wangen tech van het sehietgat
zün het zwakste deel eener pantsering. Daar zal meer plaat-
’ gelijke weerstand tegen het indringen, zoo als eene massieve
L ij pantsering oplevert, nuttig kunnen zijn , omdat de tegenstand
tegen één nabij den wang treffend projectiel slechts aan eene
zijde door de veerkrachtige werking der schijf op de overige ·
J deelen kan worden overgebragt.
l Ten opzigte van de te bezigen stof om de hollow stringers op
T te vullen , zijn nagenoeg alle fabriekanten het eens , dat wel hout
kan gebezigd worden als het goed in het ijzer is opgesloten en niet
aan de lucht is blootgesteld; dat echter geen ander dan teakheut
mag genomen worden als zünde het duurzaamste , en omdat door
zijne olieachtige natuur de bouten in dat hout niet roesten.
r Schepen van teakhout mits van goede hoedanigheid waren,
na 60 of 70 jaren, nog zoo goed , als toen zij van stapel liepen
en de üzeren bouten hadden niets geleden.
Sommige fabriekanten meenden, dat teakhout toegepast
als boven is gezegd, wel 100 of 200 jaar in goeden staat zou
kunnen blijven , anderen gaven korteren tijd op, doch zagen ook
niet in waarom het niet langer dan hunne opgave duren kon.
t
2
,$
F