HomeVerslag door den kapitein der artillerie O.W.C. de Brauw en den kapitein-ingenieur J.H. Kromhout, als commissie belast met eene Pagina 67

JPEG (Deze pagina), 708.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 70.20 MB

E .
ll ï
T4"
{ lg.
il
§ Gl ‘
, rondloopende chemie des rondes voorzien van geweerschietgaten.
, De hoogte van deze gecreneleorde muur komt in den regel
overeen met de hoogte van den bedekten weg of contre­escarp-=
[ muur en is dus regtstreeks behoorlijk gedekt door de kruin van
§. het glacis, doch minder goed tegen écharpe schoten. Deze
P chemin des rondes heeft naar onze meening in zoo verre zijne
j goede zijde:
1°. belet zü, dat door het vüandelijke vuur de aarde van
{ de borstwering in de gracht valle; en
2°. geeft zij de gelegenheid om des nachts de schade welke
; ii aan de buitentaluds toegebragt is te herstellen.
, N Men komt op de chemin des rzmdes uit de bovendekkingen
der verschillende caponières. Deze uitgangen zijn echter niet
i ° allen even goed gedekt tegen écharpe schoten maar men heeft
, gj ze niet allen noodig en daarenboven kunnen zij in oorlogstijd ,
. geblindeerd worden. `
j De borstwering loopt, zoo als op de plaat X is aangeduid ,
· niet overal evenwüdig aan de escarpmuur, maar snijdt twee ?
i hoeken af. Op deze afgesneden hoeken A waren twee m0rtierbat­
j terijen gebouwd, ten einde eene nabij zijnde vallei te bewerpen.
j In de verschillende groote forten, welke wij bezochten, heb·
. ben wij gevonden een gekazematteerd gebouw B met aarddek­· j
king in de kapitaal van het werk en een dergelijk gekazemat-
j teerd gebouw C evenwijdig aan eerstgenoemd , doch achterwaarts ·
A gelegen. De gronddekking van dat tweede gebouw C dient i
1 tevens tot eene groote doorloopende travers voor de borstwering
in de keel van het werk.
» Het fort Crownhill had daarenboven cen zeer groot verschil in
. hoogte van de kruin der borstwering niet alleen, maar insgelijks ‘
in terreplein , zooals door de cötes op de plaat X zijn aangegeven.
j In het algemeen moeten wij de opmerking maken, dat men
in de forten zeer weinig oprillen aantreft, maar daarentegen
' op verschillende punten steenen trappen om op den walgang te
j komen. Zelfs heeft men trappen K om uit de drooge gracht
op den bedekten weg te komen. Men moet echter om in de
drooge gracht te komen daarin afdalen met een ladder, voor-
1
l
Q l
(