HomeVerslag door den kapitein der artillerie O.W.C. de Brauw en den kapitein-ingenieur J.H. Kromhout, als commissie belast met eene Pagina 25

JPEG (Deze pagina), 719.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 70.20 MB

'
y 1
X
jj 19 .
K
, van 183 el een trefsnelheid gelijk aan die, welke niet de volle
i lading van 27,22 pd. op 9l4 el verkregen wordt.
Q Dit schot dat gerigt was op de middelste plaat trof te hoog
op de reeds zeer beschadigde bovenplaat, nabij doch iets boven I
` schot n°. 21. Het projectiel trof op een bout, die naar binnen
· werd gedrongen. De eikenhouten balk werd gedeeltelijk ge- E
splinterd en teruggebogen. De ijzeren platen onder de gewelven
werden aan den voorkant gescheurd, terwijl een stuk van de
voorste plaat weggeworpen werd. De indringing bedroeg 0,45 el, ii
een klein deel van de kop van het projectiel. ter lengte van ‘
0,05 el, volgens de as, was in het gat blijven zitten.
24ste schot. 10 inch (0,25t el) granaat; gewigt inet de ,
springlading 181.54 pd. werd even als het 23ste schot met de
verminderde lading van 21,77 pd. geschoten: het trof evonzoo r·
op de bovenste plaat, doch iets lager, deze plaat week aan de 7
regterzijde aanmerkelijk at`. Inwendig werden twee bouten uit-
gedreven en de houten balk grootendeels verbrüzeld. De granaat
sprong in de kazemat. De indringing bedroeg 0,7 el. T
25ste schot. 10 inch (0,25-i el) granaat, wcgende niet de 4
springlading 180,23 pd., geschiedde even als de beide voor-­
gaande schoten met de verminderde lading van 21,77 pd.; het
trof even boven de linkerhoek van het schietgat. ·
De granaat drong door on door; stukken der plaat aan de
bovenzijde van het schictgat werden geheel weggeslagen; en
E de houtenbalk nog meer vernield, gesplinterd en verbrijzeld:
verscheidene stukken der granaat verspreiden zich in de kaze-
rnat; drie zeer groote stukken plaat lagen in de kazemat en
kleinere stukken en stukken van bouten daarachter verspreid.
Geen dezer drie schoten trof op de bepaalde plaats, zij kwamen
allen op een reeds verzwakt gedeelte der kazemat en drongen
dan ook diep in , hoewel met verminderde lading geschoten.
Uit deze schoten blijkt do noodzakelijkheid, de pantsering
nabij het schietgat zoo veel mogelijk te versterken.
Verder geven zij geene aanleiding tot nadere bcoordeeling
van het weerstandsvermogon der kazernat, maar bevestigen zij, 1
even als het salvo waaraan de kazemat op den Ssten Jnlëj i
blootstond , de vroegere geinaakte opmerkingen.
.1
l
i.
.,,?