HomeVerslag door den kapitein der artillerie O.W.C. de Brauw en den kapitein-ingenieur J.H. Kromhout, als commissie belast met eene Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 746.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 70.20 MB

Schot n°. 1. 12 ineh (0,3018 el) vol-projectiel, gewigt 274,67
pond; xolle lading van 34,47 pond, (Pellet). Dit schot trof
het met een plaat van 5 inch versterkte regter gedeelte van het
schild tegenover een der staanders.
Het puntprojeetiel drong ongeveer 0,35 el in, doorboorde dus
de eerste en tweede plaat en maakte een indruk in de derde.
Er ontstonden drie groote barsten; een naar boven ongeveer 4
0,9 el lang, langs een der bouten, een naar beneden eveneens _
langs een bout, en een horizontale scheur ter breedte van 0,10
naar de regterzijde der plaat. De bovengenoemde bouten en een
3de bout staken na het schot een weinig uit, terwijl een bout "
was afgebroken. Aan de achterzüde, was de eerste staander (
over eene lengte van 0,6 el nagenoeg 0,02 el, zoo ook de i
krammen om dien staander nabij den treffer, doorgebogen. Het
projectiel barste, de stukken vlogen op eenigen afstand terug. ‘
2de schot. 12 inch (0,3048 el) puntgranaat; gewigt 273,08
pond; lading 34,47 pond, (Pellet). Tref aan de andere zijde van ‘
het versterkte gedeelte van het schild doch gedeeltelijk ook op
de niet versterkte pantsering, boven de regter hoek van het
schietgat. De afgebroken punt der granaat bleef in de plaat
zitten. De indringing bedroeg 0,18 el. Aan de achterzüde was
een smalle plaat bij de hoek van het sehietgat gebarsten en
tot op 0,076 el naar binnen gebogen. De frontbalk die op de
regtstanden rust, deed door de daaraan medegedeelde dreuning
twee klinkbouten van het plafond uitvallen.
3de schot. 15 inch (0,381 el) , RoDMANN; volkogel, gewigt (
205,44 pond, lading 37,78 pond. I
Het projeetiel deed een aanslag op omstreeks 100 el voor
de kazemat ter lengte van 6,00 el, trof de extra plaat aan de
onderzijde, gedeeltelijk tegenover een der staanders, drong
ruim 0,11 el in de plaat en deed een scheur ontstaan naar het
voorgaande schot en langs de onderste regter bout. Aan de
aehterzüde was de staauder eenigzins naar achteren gebogen.
.Het lood aan den voorkant tusschen de platen en den granieten
voet gegoten tot sluiting der naad werd eenigzins opgedreven.
Het projectiel was niet gebarsten, doch aanmerkelijk opgestuikt
` en viel vóór de schüf neder. V