HomeIets over de Fransch-Engelsche operatieplannen van 1914Pagina 3

JPEG (Deze pagina), 749.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.82 MB

PDF (Volledig document), 14.05 MB

l i
l
l
l
j lets over de Fransch­Flngelsche
l operatieplannen van 1914.
Voor de juiste waardeering van de gebeurtenissen in de crisis
van 1914, voor de kennis van de verhoudingen tusschen de (
oorlogvoerende groote mogendheden, is het onderzoek van hunne i
operatieplannen van belang. l
_ Het Fransche plan komt mij voor een product te zijn geweest l
van de vereenigde krachten der Fransch­Engelsche militaire diplo~ l
matie.
Voor het opmaken van dit plan was de vraag of de Duitschers 1
bij hun inval in België ook ten noorden en ten westen van de (
Maas met groote massa’s troepen zouden opereeren van over~ j
wegende beteekenis.
Over deze aangelegenheid loopen de inzichten van de ver~
schillende schrijvers zeer uiteen. Sommigen spreken_nu eens zus ¥
en dan weer zoo. ­ 1
Generaal Wilson in zijn dagboek vertelt op den 28 Augustus 1911
(Wilson 1, pag. 102) dat Churchill hem een uiteenzetting vraagt,
die hij ook aan Asquith en Lloyd George kan laten lezen over 1
1, verschillende onderdeelen van een operatieplan en o. a. ook over
, ,,con{ining the Germans south of the Meuse". In zijn boek ,,The (
F World Crisis" vertelt Churchill, dat in de lezing, die Wilson den
i 23en Augustus voor eenige Ministers had gehouden deze had
j betoogd, dat de Duitschers geen troepen van beteekenis, mis~
j schien één, hoogstens twee corpsen ten noorden van de Maas
E door België zouden doen trekken.
« Nog den 12en Augustus 1914 (Wilson I, pag. 182) zegt de
1 generaal, dat de Duitschers geen groote omtrekkende beweging
lj benoorden de Maas zullen maken. _
l De Fransche generaal Huguet, de vriend van Wilson, zegt in
zijn boek ,,L'intervention militaire britannique en 1914" (uitge~
geven in 1928) pag. 53, wanneer hij spreekt over de Duitsche
4 operatieplannen van von Schlieffen en von Moltke: ,,Aucun de
, ces plans ne fut connu des autorités militaires françaises."
Poincaré schrijft in zijn gedenkschriften (Tome V, pag. 8):
l