HomeOfficieele publicatie der Engelsche regeering van de door haar met den Gezant der Vereenigde Staten in zake de terechtstelling vPagina 18

JPEG (Deze pagina), 969.81 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 22.64 MB

17
2 Bijlage 9 bij No. G. l
L
g M. nn LEVAL aan Mr. 1Vr11rLoon, Amerikaansch, Minister te
1 Brussel. l
, Rapport voor den Minister.
f Sm, 12 October, 1915. l
{ ZOODRA de Legatie vernam, dat Miss Cavell was gearresteerd, I
werd uw schrijven van den 31en Augustus* aan Baron von der
g Lancken afgezonden. De Duitsche autoriteiten werden bij dat
Z schrijven inter ailia uitgenoodigd, mij toe te staan, Miss Cavell j
ï te zien, opdat de noodige maatregelen voor hare verdediging j
j zouden kunnen worden genomen. Geen antwoord ontvangen j
§ hebbende, herinnerde de Legatie de Duitsche autoriteiten op j
Q 10 Septembert aan dien brief, `
. Het antwoord van Duitsche zijde, afgezonden op 12 Septem-
ber,j; was dat mij geen acces tot Miss Cavell kon worden toe-
1 gestaan, maar dat Mr. Braun, advocaat bij het Brusselsch Hof .
hare verdediging op zich genomen had en zich ter zake reeds l
; met de Duitsche autoriteiten in verbinding had gesteld.
‘ Ik wendde mij onmiddelijk tot Mr. Braun met het verzoek, mij j
, ter Legatie te komen zien en hieraan gaf hij eenige dagen later j
; gevolg. Hij deelde mij mede, dat persoonlijke vrienden van ,
1 Miss Cavell hem hadden verzocht, haar vóór het Duitsch gerecht j
, te verdedigen en dat hij deze taak aanvaard had, maar dat hij
Y door onvoorziene omstandigheden verhinderd was om vóór dat E
l gerecht te pleiten, onder bijvoeging dat hij zijn vriend Mr. l
j Kirschen, een lid van de Brusselsche Balie, had verzocht, zich 1
i met de zaak te belasten en voor Miss Cavell te pleiten, een l
1 verzoek door Mr_ Kirschen ingewilligd.
Ik stelde me diensvolgens onmiddelijk in verbinding met Mr. E
, Kirschen, die mij mededeelde, dat Miss Cavell vervolgd werd
ter zake van het voorthelpen van soldaten over de grens. lk j
1 vroeg hem, of hij Miss Cavell had gesproken en of zij aan hem g
eenige verklaring had gedaan, waarop ik tot mijn verbazing moest
vernemen, dat het aan reehtsgeleerde raadslieden, met de ver-
dediging van beklaagden vóór het Duitsche Krijgsgerecht
belast, niet geoorloofd is hunne clienten vóór de terechtzitting te {
zien en dat hun evenmin inzage wordt verleend van eenig docu- l
ment van de vervolging. Dit was. volgens Mr, Kirschen, in
overeenstemming met de Duitsche krijgswet. Hij voegde aan l
deze inlichting toe dat het onderzoek ter terechtzitting in zulke lt
zaken zeer plichtmatig werd gehouden en dat het geding, zxi.,
hoezeer het niet vrijstond met de client vóór de zitting van ge- i
dachten te wisselen, inderdaad zóo zorgvuldig en zóo langzaam 2
werd gevoerd, dat het in den regel mogelijk was, zich een vrij i;
scherp beeld van alle feiten te vormen en een goed pleidooi voor den E
beklaagde te houden. Dit zou vooral van toepassing zijn in Miss
Oavell’s geval, omdat het geding van gerekten aard was, waar zij
met nog vier-en~dertig anderen werd vervolgd.
it Zie bijlage 2_bij§No. 6. Zielbijlage 3 bij No. G. ll
· Zie bijlage 2 in No. 3. j
l