HomeOntwapening?Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 909.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 16.89 MB

l
t
ä
t 7 .
IV. Het hebben van een weermacht verhoogt de ge- l
g varen, waaraan wij. blootstaan, daar het de internationale {
3 rechtsgedachte verzwakt; in geval van een oorlog kan j
,­ het gebruik van een- weermacht slechts leiden tot aan- j
zienlijke vermeerdering van de vernieling en verdere j
3 materieele en zedelijke schade, die een· vijandelijke inval l
I met zich brengt. l
l V. In de tegenwoordige omstandigheden kan het l
‘ j onderhouden en gebruiken van een weermacht zoowel i
van zedelijk als van practisch standpunt uit, alleen ge- t
· rechtvaardigd heeten, wanneer zij deel uitmaakt van een
politiemacht in het kader van den Volkenbond en ook i
i` overigens staat onder het oppergezag van een supra-
nationaal objectief orgaan, behalve voor zoover betreft
hc-rtl gebruik ervan ter handhaving van de binnenlandsche
A or e.
` Vl. Zoolang de invloed der volkenbondsgedachte
nog ontoereikend is, behoort onze regeering er naar te
‘ streven met haar naburige staten tractaten te sluiten,
. waarbij men zich verbindt tegen elkander om welke reden
dan ook nimmer de wapens te zullen gebruiken, en verder
geen gelegenheid ongebruikt te laten, om, liefst in samen-
werking met andere kleine staten, werkzaam te zijn tot
· versterking van het gezag van den Volkenbond.
Door ons zijn theorieën als deze reeds zoo dikwijls
j bestreden, dat wij er thans niet uitvoerig op zullen
ingaan; toch veroorloven wij er ons eenige kantteeke-
ningen op. Nieuwe gezichtspunten biedt het rapport niet.
t ad l. Afgescheiden van het feit,. dat voorspellingen
over het al of niet waarschijnlijke van een toekomstigen
oorlog reeds te dikwijls falikant uitkwamen, om op gro-nd
` daarvan de weerbaarheid van het land te verwaarloozen,
· moet wèl worden bedacht, dat het vormen van een be-
hoorlijk leger en van een deugdelijke, goed bemande vloot
zich absoluut niet leent voor improvisatie. Lichtingen en
‘ kaders die men thans oefent, moeten ook nog bimten j
l twintig jaren het lan·d helpen verdedigen. De oorlog heeft
{ niets aan de deugd van het laatste uur. (Zie b.v. België
j ­ met zijn goede militiewet van 1913, die, als zij 10 jaar
{ eerder was aangenomen, wellicht, volgens uitlating van
j Moltke, voldoende preventief zou hebben gewerkt om het
j land buiten den oorlog te houden. In een rapport van
j 1913 schreef v. Moltke: ,,De doortocht door België is
g een vitale kwestie voor het Duitsche leger. Maar indien.
I
I
I
l