HomeOntwapening?Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 913.14 KB

TIFF (Deze pagina), 6.27 MB

PDF (Volledig document), 16.89 MB

2
t
5 5 ë
ë nietszeggende frase te verlagen, dat is een vergrijp zoo .
, hoogst ernstig tegen iets wat die Heeren gedurende 40
jaren en wij thans als een levensideaal beschouwen, dat 1
5 over bezwaren van lagere orde moet worden heengestapt.
l In haar rapport zegt de commissie, dat haar pogingen,
l om voorlichting te verkrijgen van enkele andere militair-
$ deskundigen, van wie mocht worden verwacht dat zij
jj wèl de verdediging van Nederland zouden mogelijk
‘ achten, niet zijn geslaagd. Zij had toch zoo gaarne aan
beide zienswijzen volledig recht doen wedervaren (lt)
,,Doch ofschoon men zich tot een vijftal van onze meest
j bekende opper- e.a. officieren heeft gewend, is het niet
* mogen gelukken deze te bewegen tot beantwoording der
n1ilitair­technische vragen in meer positieven zin. De
. commissie meent niet te mogen verzwijgen, dat zij uit de
soms vrij uitvoerige antwoorden op de gedane uit-
noodiging den indruk heeft verkregen, dat deze des-
kundigen terugschrikken voor de moeilijkheden aan zulk
een beantwoording verbonden/’
{ Een niet bewezen insinuatie dus van de gemengde
Z commissie!
Aangezien ik het voorrecht heb tot de vijf ,,dienst­
weigeraars" te behooren, zij het ook niet tot degenen die
uitvoerig antwoordden, acht ik mij verplicht te verklaren,
’ dat ik nooit en nergens ben teruggeschrikt voor de
moeilijkheden om het pro­standpunt van de verdedig-
_ baarheid van Nederland te vertolken. Het Katholieke
commissielid Prof. Mr. Veraart had de commissie beter
kunnen inlichten, door te zeggen, dat ik niettegenstaande
' de hoogst onsympathiekel strijdwijzen van dat commissie-
lid, reeds bij drie verschillende gelegenheden in de R.K.
‘ Kiesvereeniging met hem over het ontwapeningsvraag-
· stuk heb gedebatteerd. De beide laatste malen geschiedde
dit naar aanleiding van de vlootwet, waarbij ik nog in
5 het licht stelde, welke vergadering­trucs, welke troebele
{ en uitgedroogde bronnen den Professor moesten dienen
j om zijne conclusies op te bouwen. Ook moest ik bij die
l gelegenheid openlijk constateeren, dat de Professor een
{ ,,bekend kolonel der marine" als deskundige ten tooneele
I i voerde, die nimmer bij de marine doch bij de landmacht
f heeft gediend, en dat die deb-ater mijn bewering, dat
, ons leger in 1914 de noodige preventieve werking had
t uitgeoefend, bestreed met een uitlating van Ludendorff,
T die deze op mijn navraag als ,,eine Lüge" heeft gebrand-
merkt.
a
t
r