HomeOntwapening?Pagina 15

JPEG (Deze pagina), 908.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.19 MB

PDF (Volledig document), 16.89 MB

» E,
t [
I ï
I 13 i
j ‘ woord." Dit wil dus zeggen, hij propageert luide de j
Q meening (die natuurlijk ook buiten onze grenzen gretige j
E ooren vindt), wij kunnen ons niet verdedigen. In Bijlage j
• III wordt betoogd: Eene Nederlandsche weermacht
moge geenerlei defensieve zelfs geen preventieve beteeke-
E nis hebben-, zij heeft in de oogen van ondergeteekende
Q een psychische, ja, zelfs een zedelijke waarde."
Welk doel heeft de Heer de Meester bij deze zonder-
linge uitspraak gehad? Gelooft hij, dat de Volksvertegen-
woordiging bereid zal worden gevonden jaarlijks vele
millioenen uit te geven voor eene leger, dat noch defensieve
noch preventieve waarde heeft?
` Een Nederlandsche weermacht, die geenerlei defen-
j sieve, zelfs geen preventieve waarde heeft, kan m.i. niet
spoedig genoeg worden opgedoekt. Zij zou dan immers
onbruikbaar zijn voor de twee eenige doeleinden waar-
voor zij met ve·el geldelijke offers in het leven werd ge- I
roepen, n.l. het land buiten den oorlog te houden en het j
in geval van nood te verdedigen. Wie zal zoo dwaas zijn I
om in zoo’n ,,psychische, zedelijke" onderneming zijn
I kapitaal te steken als deze het zeker aflegt, zoodra zij het
’ bedrijf moet rendabel maken! I
Het laatste woord (in de laatste Bijlage) is natuurlijk
ook hier weer aan het laatst toegetreden lid, aan Profes-
sor Veraart, die nog komt betoogen, dat hij nog verder
wil gaan dan de rest der commissie en ook van geen
politiemacht in het kader van den volkenbond wil weten-.
Deze Hooggeleerde Heer haalt hierbij in een noot
wijlen Prof. Struycken aan. Men late zich echter hierdoor
niet op een dwaalsp·oor brengen, door uit dat citaat af
te leiden, dat deze groote Nederlander soortgelijke denk-
beelden op defensiegebied er op na zou hebben gehouden
als de Heer Veraart. Het tegendeel is waar!
{ Ik wil juist als tegenbetoog tegen de theorieën van de
gemengde commissie, een kleine bloemlezing geven uit
de laatste pennevrucht van Struycken, die het noodig
. heeft geoordeeld, nog slechts eenige maanden voor zijn
de veel te vroeg ingetreden dood, een hoogst ernstige waar-
" schuwende stem tot zijn landgenooten te richten.
Staatsraad Prof. Mr. Struycken schreef als volgt in de
brochure, getiteld: ,,De hoofdtrekken van Nederlands
buitenlandsche politiek":
,,Een volk, dat naar gebiedsuitbreiding geen begeerte
heeft, dat in den overzeeschen handel de bron vindt van
zijn bestaan, wiens belang dus geheel door den vrede