HomeOntwapening?Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 873.23 KB

TIFF (Deze pagina), 6.19 MB

PDF (Volledig document), 16.89 MB

l
12 l
de onze, er op na blijven houden. Dat zulk een supra- j i
nationaal en vooral objectief orgaan nog geenszins be- ¤
staat, is voor de commissie geen bezwaar om maar vast i
het leger af te schaffen. {
I
ad 6. Tegen deze conclusie op zich zelf bestaat geen 3
bezwaar, mits men bij het sluiten van tractaten niet uit E
het oog verliest, dat blijkens den jongsten oorlog ook .
nog zoo iets bestaat, wat men schending van tractaten
pleegt te noemen. Woorden als ,,noodweer", ,,over­
, macht", ,,Not kennt kein Gebot", klinken ons nog te
j duidelijk in de ooren, om niet ietwat sceptisch gestemd
te zijn tegenover die papieren documenten. Intusschen *
t helpen wij de commissie van harte hopen, dat in de toe­ ^
komst de Regeeringen nimmer meer woordbreuk plegen, *
j doch wij wenschen ons niet uit te kleeden voordat wij `
g zeker zijn, daar later geen spijt van te hebben.
In Bijlage Il kondigt de commissie aan, dat zij in
ï meerderheid geneigd is het ,,lijdelijk verzet" aan te be-
‘ velen. Dus zullen wij ons niet gewapend verzetten, doch ‘
] lijdelijk met ledige handen. Maar onze tegenstander zal «
ongestraft allerlei drastische maatregelen toepassen om
j dit verzet te breken. Ons volk zal dan voor de moeilijke
< keuze staan, óf slecht voorbereid toch tot daadwerke-
f lijken weerstand overgaan, óf zich lafhartig laten kwellen
j en knevelen. Neen, zoo eenvoudig is dat lijdelijk verzet
g niet. Zoowel de gedeporteerden als de niet gedeporteer-
den in België kunnen hieromtrent inlichtingen geven.
1
,g Twee leden van de commissie, Mevr. Bakker en de
Heer de Meester, hebben in Bijlage III gezorgd, dat ons
4 ook een verrassing wordt bereid.
t Zij teekenen niet het op vernietiging van onze weer- Q
J kracht gerichte rapport, doch zeggen in Bijlage III, dat
, zij wel de algemeene strekking en de conclusies van het
j rapport aanvaarden als einddoel van pacifistisch streven, ,
doch erkennen, dat momenteel de kans dat' Nederland in «
een oorlog wordt betrokken, grooter is dan de commissie
tl aanneemt, en dat voorshands een weermacht noodig is.
p, Maar nu wordt mij, althans wat den Heer de Meester
t aangaat, de zaak steeds onduidelijker.
jl Eerst geeft hij (zie de inleiding) met de beide andere
J oud­militairen, op de vraag van de verdedigbaarheid van
li Nederland ,,unaniem een volstrekt ontkennend ant-
jl
I
l
lt T