HomeOntwapening?Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 878.58 KB

TIFF (Deze pagina), 6.34 MB

PDF (Volledig document), 16.89 MB

groote voorzichtigheid manen? Hij, die heden deze wan-
daad zal beproeven, weet zeker, dat dan Parijs of
Berlijn morgen aan de beurt is. Men vreest repressailles!
Een soortgelijk vraagstuk was voorheen het al of niet
. dooden van gevangenen. De vrees voor repressailles
bracht de waarb-orging van het leven der gevangenen.
In den laatsten oorlog is overduidelijk gebleken, dat
een overmachtige oorlogvoerende staat als regel zoo-
' danig gebonden is door andere vijanden, dat hij niet vrij l
l; is om tegen den kleinen staat overmachtig op te treden. j
. Indien wij ons ook nog hadden geschaard bij de vijanden j
U van Duitschland, dan zou het voor dit groote land l
uitermate moeilijk zijn geweest om tegen ons een ver- 1
nietigingsoorlog te voeren. Men vergelijke b.v. hoe j
weinig krachten dat machtige rijk tegenover Antwerpen l
kon achterlaten, zoodat in de periode 20 Aug.-October
1914 het Belgische leger daar sterker was dan de in-
sluitingstroepen. Bij het optreden tegen Rumenië ziet
men hetzelfde. De moreele overmacht der Duitschers
overwon hier de materieele overmacht der Rumenen.
Zeker, men kan zich (vooral theoretisch) het geval
denken dat een machtige groote rnogendheid alléén met
ons land oorlog voert, en dat wij dan zelfs bij groote ·
inspanning onzerzijds aan krachten te kort schieten.,
Maar is dit eene reden om van onze weermacht afstand
te doen? Past gij, gemengde commissie: Uwe ,,wij
kunnen toch niets theorie", ook toe in uw particulier
leven? Spaart gij een slot op Uwe huisdeur uit, en laat
gij deze open, omdat dat slot toch niet helpt tegen een
aanval van volleerde inb-rekers, of tegen hen die Uwe
ruiten vernielen en aldus binnendringen? ‘
ad 3. De commissie trekt de preventieve werking van
ons leger in twijfel. Wij zullen geen poging doen om
haar van inzicht te doen veranderen. Doch alleen als
onze rotsvaste overtuiging uitspreken, dat Nederland,
` door zijn strategische ligging van zóó uitnemend belang,
ä zeer beslist in den oorlog zou zijn betrokken, indien het
weerloos ware geweest. Als bondgenooten voor deze
zienswijze noem ik twee antipoden: generaal Snijders,
zie b.v. zijne schitterende redevoerin·g begin juni 1924
in de ,,Twee Steden" te ’s­Gravenhage gehouden en ....
niemand minder dan de roode voorvechter Troelstra in
zijn eveneens schitterende redevoering van 3 Aug. 1914
in de Tweede Kamer, waar hij he-t mobiliseeren van het