HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 48

JPEG (Deze pagina), 724.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

""H` "°"””"’W”"""ïï `,.` ; iii JT"? ‘ ‘“""Tit’?“t%T¥$©tï"‘».e...;.‘x‘:‘ni az;. `4`, ‘; ‘··ïw:~:”;rï·‘;:ïê. ‘¤;~=. . . ¢·­·« Jaya-eens W
äjê; .;,» j V
l
.
,ë·
i " 46
j g de anti­revolutionnairen zwegen uit cen welbegrepen gevoel van kiesch-
· heid . dat verbood de feilen van een geestverwant te ontmantelen;
de conservatieven alléén - doch deze dan nog enkel hootdzakelijk
j in het Dagblad -­ den moed hadden, de waarheid, die leefde in aller
ä borst, ook in woorden uit te drukken en aan de natie te verkondigen.
j Omdat a alle part§en” ­- min of meer met de kuiperijen en de ,
al handelingen van mr. Keuchenius bekend , het oordeel onderschreven en L
li ook in llllll hart blüven onderschrijven:
E 1/hij is geen man van karakter."
-­ l
` I
Y In a Eeize stem ia Indië 00k tot NeaZea·ZamZ" zegt mr. Keuchenins:
{ a De waarheid schokt en verbaast, en hare krachtoefening is dikwüls
a ate grooter naarmate zij te meer aanstoot ageeft." (46) I
i Volkomen juist - en van dáár de heftighcid van den aanval van den a
heer Groen tegen het Dagblad, dat , doch eerst sedert a de motie- t
Keuchenius", zoowel voor den heer Groen als voor den heer Gunning a
een doorn is geworden in ’t oog.
E P De heer Groen vergunne ons daarom, dat wh ten slotte de woorden
' herhalen, die, reeds den l¤ Jung 1.867, gerigt werden tot den heer
Keuchenius. Woorden, welke wij tegenover dezen, tegenover diens stre­ i
ven en tegenover züa revolutionnair bondgenootschap, ook nu nog, ten
i volle blijven handhaven: · l.
a f a Wanneer het ons gelukt is, nu nader te bewijzen, dat de heer
j alieuohenius de waarheid niet zegt, dan zal ook de ten toon gespreide
, agemoedelükheid, in den aanhef van ztin artikel, verschijnen in een i
aander licht, dan waarin ze zoo kunstig is voorgesteld. De parlemen-
, ataire en extra-parlementaire geschiedenis zijner rr motie" heeft trouwens
,_ agelecrd, dat men met die a gemoedelijkheid" al zeer voorzigtig behoort
i ate wezen, zoodat het beroep op rr den Eéaen die ia het verboizqeae
; aziei" wel eens de onbedwingbare kreet van net ontwaakte geweten i
j awezen kan. Dat de heer Keuchenius verder, mèt de radicalen, in het ä
( · aDa_qZ»la¢Z ziet aeen der boosaardigste , maar tevens een der gevaarl§k­
i j aste voortbrengselen van de Nederlandsche drukpers" bevreemdt ons niet
l aen strekt ons tot eeretitel." ‘
V, aWie zonder aanzien des persoons de waarheid huldigt en strijd voert
j { avoor het regt - werd ten allen tijde voor aboosaardig" uitgekreten; »-
, er ­ ·r_··­­··· _
(46) Bladz. 9.
` l ë
t 1 l
· ‘
kjr l
.l ` · $·
ii '

­__ >Y“`j` *3-`­m'=( F gru- r W*­_>* MW)-H Y Y rg `i4;;m-__`·_-nu',-’­v_’ N U I •