HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 46

JPEG (Deze pagina), 750.87 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

t` T ""'` *""”"""‘""‘ ,. """‘TTêT"ïi?ï·ärT?*.­e;“;.:<.·‘.:‘;.ï;;ï:,;. -"n:<·*Eïl‘;:»i· ·=è‘ ‘ "*ï?·¤:¤‘:‘ïTt*@£­ ­--Hr-·¤==» Mü
,» ’.$g_.,,,‘ ~ L . J
ï_, «
v Av ~ `
f i ' P
F 4
( ia l
V /
j Wij vragen: waarom? Of zou niemand in Nederland een karakter, I
zoo naanw zonder wedergà als dat van mr. Keuehenius , hebben hunnen
( waarderen P 1
« ”Keuehenius , aan wien door geen bcvoegden beoordeelaar uitstekende
( ekunde en schitterende begaafdheid zal worden ontzegd, Keuehenius
; . edaarentogen .... Bü/vans ieder geesieemeenl enleiel hem. Veer enhele (
{ 1/Z?7'Z‘ó’7Zd07l MMS , _/LZ )7Zl$'S0dll6iZ 7lOy 706'Z 68% 7)007'Z(`L'7j7 Uüil (Z6@7'7`ZZ·S, lD3.B.l` ä
j etooh een onhandig en voor leregtwijzing, vooral op koloniaal terrein, E
E l I eeiizieihcidr belveeler en eppesmzl ..... Meer dan iemand miskend, ‘ (
I ( everguisd , als een vijand van Nederland en Oranje . bij de kunstena­ _, {
l vrijen der stembus aan den haat prgs gegeven eener opgewonden be- . t `
lj evolking , ontving hij , in de Tweede Kamer , 00/r van den henl ziiner " A
z { /«_gel00f.s_qen00zfen nnameelülx 00il eenig blyh van synqmlhie , van waardering 1
’ ealthans zijner gemoedelijke pligtsbetrachting, waar hg , naar eed en l
j egeweten, zijne 0ve2·lzuQqz`ng Zl7.Zi·S:[77'(ld. Straks werd hij , als onbruikbaar , A
everwijderd uit ’s lands dienst, eender del iemand ep deze sinedely/se eer-
i nengelühing aehl .sl0eq.’° (bl. 35). ‘
·l ( VVij vragen: welke redenen lrzmnen er dan toeh wel geweest zgn, v
l dat eigen ir vrienden", eigen egelool`sgenooten" aldus handelden? aldus
lêj Keuehenius veroordeelden? hem aldus alléén en onverdedigd lieten staan? A
Groen zelf verwgt hem: eonbillijkheid en hardheid" in het oordeel
over anderen; - ir dat hij zich te zeer door hei·isl0_qiel@/eheid laat
li ieiden”, dat bij hem ete veel onstuimiglieid, te veel felheid geweest is" I
(bl. 40). 1
j En wanneer de heer Groen eindelijk mr. Keuehenius’ verdediging op
( zich neemt ­~ het is omdat hij ii liever aan anderen die zaak zou
hebben overgelaten” - maar helaas: //iGdCYCG1J. zweeg” - niemand A
bekreunde zich om mr. Keuchcnius!
l Waaroin? - vragen wg andermaal. Hoe zou dat dan toeh komen?
" En nu mr. Keuehenius’ eigen bekentenissen in den brief aan mr. Groen.
"‘ ' ii Mijne eiianieee vrienden, ook dan wanneer zij niet kunnen voor-
ebijzien dat ik niet sedert gister een belijder, maar sedert vele jaren
4 l eeen slryder voor het Christendom geweest ben, weigeren meerendeels
ede jniszfheid myner heleniale siealhnnde ie erhennen" (bl. 43). _ (
` Waarom? Zijn dan rr meerendeels " de eehristelijke vrienden" stekeblind?
l eNaarmate het te meer blijkt dat mijne inzigtenjnist geweest zijn (43) ‘
eis de behandeling die ih endervenden heb ie 0ni·e_qleee1·dzyer , hei siilzwü-
lj V (43) Ook mooi gezegd; - doch waaruit hlfjhi die i«juistheid" van inzigt? ,
l Welk inzigt ook ? Dat van 8 Fehr. 1866, of dat nà de motie van October?
1

r
t ' »
i` je _____AA__M__m_.___._ o e .n.._...._.____._,.,~ r