HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 41

JPEG (Deze pagina), 752.85 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

j
h
i i
1 59
1 zooveel mogelijk mondeling, en terwijl hij in 't openbaar ook den
E Minister van Koloniën bestookt met al die haatdragende felheid , waar- i
j van noch vóór noch na zijne optreding in de Tweede Kamer. ooit een .
tweede voorbeeld is geweest ­­ er op aandringen, dat men hem ver-
leene de gunst een nrgeu oeertogit voor kern, züne vrouw en zeven kinderen.
I Wij zeggen de gunst. Want de wettelijke bepalingen verzetteden
zich zeer bepaald en zeer stellig tegen de inwilliging van mr. Keuehenius’
j verzoek. Het Koninklijk besluit van 22 Mei 1867 n°. 105 . waarbij
j nader werden vastgesteld n de uregelen waarnaar ten laste der begroeting
j van Nederl. Indië, uvrge overtogt wordt verleend van Nederland naar
i Nederl. ulndië en omgekeerd ," verbood den Minister van Koloniën
uit ’s lands kas gelden toe te staan o1n mr. Keuchenins in staat te
stellen vrij naar lndië te reizen.
1s het , vragen wij , de houding van u een man van karakter", om, ondanks
ug een vast inkomen van plus minus f 8000 ’s jaars, te solliciteren om de
gift van enkele duizenden guldens als gunst van een Minister , dien
[ men mishandelde gelijk bekend is dat de sollicitant niet ophield dagelijksch
g te doen?
En toch: mr. Keuchenius hield niet op met solliciteren. Zelfs bij
l den opvolger van den heer Trakranen werd de aandrang zoo sterk -
l nadat Mr. Keuchenius had opgehouden lid der Kamer te zijn -
1 dat de heer Hasselman eindelijk voor diend aandrang bezweek.
Deze Minister, in menig opzigt te goedhartig en - helaas , dat de
. politieke demoralisatie in ons land dergelijke belijdenis noodig maakt-
te edelaardig van gevoelens , om met vrucht op goed succes te strijden ‘
tegen zijne openbare en geheime, tot in zijn eigen Ministerie door le
groote goedhartigheid getolereerde belagers - die Minister lokt Z. M,
5 ii den Koning eene ioqgeiging uit een ket organieke besluit van 22 11[ei1867,
l met het uitsluitend doel ont aan mr. Keuekenius DE GUNST te kunnen
i bewijzen, welke hij, de nonafhankelijke volkstribuun", niet ophield onder
j allerlei vormen van den Minister af te smeeken.
Q De edelaardige, en toch doori mr. Keuchenius zoo diep verguisde
Minister Hasselman provoceert bij Z. M. den Koning een besluit, dd. 30
n April 1868, waardoor het mogelijk gemaakt wordt, dat de sollicitant
zijn zin krijge (3 8) en waarin, op den naam na, als het ware wordt gezegd:
j (38) Dit besluit -- een onvergankelijk gedenkteekcn van een edel hart, maar
van een zwak Minister - luidt aldus:
·«0vcrwcgcndc, dat de ioensekelykkeizl gebleken is eener oennnulling van
ij art. 1 van Ons besluit van 22 Mei 1867 , No. 51 , ten aanzien van in [ndiii
ll
Qi
jl
li s