HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 36

JPEG (Deze pagina), 679.09 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

lr I H ` f""‘_W"_'_"""" """`”"""‘v""‘¤q*" . ···~·­=•=‘··=­­ ­..·»·.··~,M ._i `.,..,,,` , “Y,v__”
jl
I'?
lr "
34 _ l
I
j heer Fransen van de Putte! En toch: zü is in hare vindingrükheid niet
r zoo ver durven gaan als de heer Groen., Te betoogen, dat de beide
stukken met elkander homogeen waren , zie: dàt kolossaal verrassende
' idée kwam zelfs bij háár niet op. Alleen twee dingen waren mogelijk.
Het eerste mogelüke, het natnurljjkste kwam het haar voor, dat het
stuk een vulseh stu/e , een ozzdergesehovezz stu/e, was. Het scheen haar onbe-
i grijpelijk dat één pen beide stukken geschreven, één hoofd beide gedacht l
ll kon hebben, zonder dat of hier of in Indië iets deze groote rr volle face"
was komen regtvaardigen.
i De verdediging van den heer Groen zal nu wel de N. R. Ct. van deze
hare meaning hebben doen terugkomen en van de echtheid van het stuk
overtuigd; ­- maar hoe is ’t mogelijk. vragen wij, dat de heer Groen
zelf niet heeft ingezien hoe reeds deze onderstelling den staf breekt over
=` het gansche systema, waarop züne verdediging is opgebouwd?
. Het tweede geval, dat de N. R. Ct. denkbaar scheen, was de eeht­
heid van het stuk, maar dan ook ontwijfelbaar de schuld van Ken- ·
I ehenins: ­­- en van dáár van de eene züde zijne oproeping tot verdedi_qz'n_q,
van den anderen kant de exeeptie om zoolang , althans, te mogen zwijgen ! i
{ Na deze uiteenzetting van teiten onderwerpen wij aan het oordeel van
E het publiek, met gernstheid, de volgende stellingen van den heer Groen:
lj ulV[lSSCl1lCl1 zal uit dat onderzoek blijken , dat mijn veeltüds miskende
il evriend , in de volle kracht van het vereerend epitheton «« een man
uvan karakter" en de Stem ui! Indië ook in Nederland bij uitnemendheid ·
« ubehartigenswaard is.
u Tevens zal men kunnen nagaan, welken naam het gedrag verdient l
wan hen , aan wier lastgeving of vergunning Nederland de nitgaaf en
etoeliehting van den Briel , waarmeê Kenehenius zou worden ontmaskerd,
j udank weet. " (bl. 3). j
En toch: aan de elementen, tot het uitspreken van een grondig oordeel
tl over deze stellingen ontbreekt nog één enkel element; - wij zgn, helaas, 4
verpligt, het ter beschikking te stellen van de natie, onzen seheidsregter ll
in deze; - in het laatste artikel, dat wü aan deze treurige zaak
l ditmaal wijden.
{
j
l l
ll e
lv ‘
l
ti