HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 25

JPEG (Deze pagina), 710.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

l
23
f bij wien u de heorlnkheid van Gods Woord zich krachtiger in huó
vlçiden aan hem geopenbaard heeft" (bl. M):
l die, geloovig en onderworpen. den Psalmdichter nazingt:
f Zoo ik niet had geloofd dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou ,
Mijn God! waar was mijn hoop , mijn moed gebleven;
I die, rr hoeveel smartelijks hem ook nog verder wacht" God bidt:
udat Hij het meer en meer aan hem heilige (bl. 4A);
* die tot leus neemt en tot kenspreuk: H des Heeren wil geschiede!
Mag zijn Naam slechts eer ontvangen! ’z! Ga ons slecht of 7 ga ons
goed ; dit alleen is ons verlangen, Trouwe Vader, wat Gij doet !" (bl. 46):
; die man - aldus ons door hem zelven voorgesteld als een model-
Christen van onderworpenheid, van belangloosheid en van loshcid van
alle aardsehe goederen en begeerlijkheid; van wien ook de heer Groen
getuigt: udat hij overal, ooimocdig en dankbaar, den Zaligmaker
_ belijdt" (bl. Gét) -- hij ziet alléén zz in hot bezit van vermogen" en
l ‘in «« een oiiafhankelijke positie" een eerste vereischte, om zijn pligt te
doen als Volksvertegenwoordiger!
Een onafhankelijke positie -­ gewis. Maar wolk lid der Kamer ,
l zelfs het minst met fortuin bedoelde , heeft die niet , mits hij niet hun-
$ kere naar gunst of eer, mits hij niet hope op een xx ambtelijke toekoinst”
(bl. 46), mits hij zijn pligt vervulle gelijk het volk hein dien heelt
( toevertrouwd ?
Het bezit van vermogen - neen. Ligt dáárin het criterium van onaf-
l hankelijkheid en pligtsvervulling? Voor den Christen vooral?
En was dan de geldelgke positie van Mr. Keuehenius zóó rampzalig ,
dat hij, die not het hem goed ging of slecht", niets anders verlangde
dan udat Gods naam eer ontvange l" - zijn pligt van lid der Kamer
niet volbrengen kon, zonder bijv. zijn huisgezin aan ellende, of zelfs
j aan een toestand van bekrompenheid prijs te geven?
j Of Mr. Keuehenius particulier vermogen heeft, is ons ten eenemale
j onbekend; ­- maar wat wij weten , omdat het behoort tot publiek
domein, is: dat hij uit de schatkist een jaarlijksch inkomen genoot
I van plus minus tien duizend gulden (22). Is zoodanige som niet genoeg
voor den Christen, die dan toch wel vnederig en beseheiden" (met
f 200 per week, bijna een Ministers-traetement!) leven kan al verteert
pj hij niet meer dan die som? Is zij niet voldoende, om een lid der
i (22l f 2000 als lid der Tweede Kamer; f 8000 als gepensionneerd lid van den U
Raad van Indië.
l
l
jl

I
|
i.