HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 19

JPEG (Deze pagina), 751.94 KB

TIFF (Deze pagina), 7.03 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

.7 ’ `
i r 1
17
il goed wist - ook zonder de publiekmaking van den brief aan den heer
1 Voorhoeve (M) ­­ dat Keuchenius in andere punten van het Dagblad
' verschilde: toch achtte men zijne verkiezing aa in 's lands belang, -
N nu, in de eerste plaats , over de cultuurwet beslist moest worden, die
l, weder over Nederlands toekomst beslissen zou , en nu men de zekerheid
ij had, althans ten aanzien van dat allergewigtigste punt, in hem een
krachtig bondgenoot te zullen vinden. Zoo hebben wij zelven meermalen
geholpen den heer Groen in de Kamer brengen, ofschoon het Dagblad
ij zeker niet is het orgaan der anti­revolutionnaire rigting; ­ en zóó
steunde ook Groen meermalen niet enkel conservatieve, maar ook warm-
j liberale candidaten, gelijk den heer van Kerkwijk , indien deze hem,
g ondanks alle verder verschil van beginselen, slechts waarborgen gaven
l voor steun en hulp bij hetgeen hij het eenige of althans voornaamste
noodige achtte: de onderwijs­quaestie. .
Welniiz in het voorjaar van 1866 domineerde het vraagstuk der
ä cultuurwet. Keuchenius deed zich kennen als een harer felste tegenstan-
l ders niet ·alleen, maar tevens als tegenstander van den individuelen
grondeigendom, als tegenstander van een ongebreidelde drukpers , als
tegenstander van de liberalisering van Indië in het algemeen: in één
i woord , als bondgenoot in de hoofdbeginsclen van de koloniale conservatieve
"’ partij. Wie dat niet leest in den brief van 8 Februarij -- wil niet lezen.
In dien zin was en blijft de brief van 8 Februarij 1866 een bgc-
loofsbrief", een ageloolsbelijdenis", waarvan het gewigt en de zedelijke
verbindtenis door geen onbevooroordeeld man kan worden ontkend. Een
A stuk, dat reeds uit den aard van zijn inhoud de eigendom was van het
publiek domein; waarvan de openbaarmaking geenerlei onkieschheid daar-
l stelt, noch eenigerlei vertrouwen schendt, integendeel door de politieke l
moraliteit reeds sedert lang gevorderd was. Een publiciteit , trouwens
door den schrijver zelven (wij kunnen het niet genoeg herhalen) voorzien
en als het ware geprovoceerd, blijkens de woorden: rw 1/k geef UHEG. {
gaarne vrzgbeicl er hel gebrui/e van te ma/cen, dal a dienstig acht in bel
belang van Vaderlaml en K0l0¢zië2z."
Al het talent van den heer Groen schiet dan ook te kort, om het
publiek te doen gelooven, dat men een //VCI`fOC11Cl1jkC” of zelfs slechts
een b onkiesche” daad zou gepleegd hebben, nu met het volste regt , ·
gelijk straks zal blijken , van die verleende vrijheid eindelijk eens M in
het belang van Vaderland en Koloniën" gebruik ls gemaakt.
(14) Zie N. Roll. (Ft. van 12 Junij en Dagblad van 13 Junij 1866.
www--en ­ _, 2
j
i