HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 18

JPEG (Deze pagina), 782.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.03 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

A “ ';`”{' `* ‘··>~‘-¤~·»­ " ‘ ~·.¤««».= »· glxtg ., ,(._,n:_`_`m!:_=_u_mY“xvT`j“m=`>·‘.JF,~“_n W"-
Y "‘""‘"" j//j .
i T »
jï Q 1 ? 1`
’N
l · I
l 16 .,
[ · i
l · publiek gemaakt, ware het niet, dat men, met het brutale ontslag van li
1 Stieltjes voor oogen, gevreesd had voor van de ]?utte’s weêrwraak ook j
op mr. Keuehenius. Dat was de eenige reden van niet­publiekmaking ·
destijds; maar bij niemand kwam één oogenblik de gedachte op, dat ,
men daartoe niet volkomen geregtigd zou zijn geweest. j
Nu is het waar, dat de brief van S Eebruarij 1866 niet inhoudt '.
( beloften of verklaringen, om als lid der Tweede Kamer zóó te handelen
en niet anders; doch deze waren ook waarschijnlijk niet gevraagd. Vllij
i zeggen: waarschijnlijk , omdat wij den brief, die aan mr. Keuchcnins
geschreven werd om de bedoelde ophelderingen te vragen, nooit gelezen
hebben. Van conservatieve zijde zou evenwel dergelijke inbreuk op de `(
Grondwet evenmin verwacht kunnen worden, als dat van antirevolnti­
onnaire zijde aan soortgelijk aanzoek voldaan zou zijn geworden. Al wat i
i men verlangde, was om, onder welk voorwendsel of in welken vorm dan
ook, gerustgesteld te worden omtrent mr. Keuchenius­koloniale beginselen.
En nu is het zeer natuurlnk dat 1{euchenins, hetzij dan op uitnoo­ i
j diging van zijn vriend (hetgeen ons onbekend is) hetzij uit eigen politiek
inzigt, de hoofdquacstie van den dag tot uitgangspunt nemende voor (
jj zijne verklaring (want op de houding vis à vis DEZE qnaestie kwam het
Ei Jam voornamelijk aan), bijna uitsluitend handelde over de cultuurwet, ~
1 doch daarbn tegelnkertijd de verzekering wist in te vlechten, hoe hij A,
van toekenning van grondeigendom voarloopig niets wilde weten (13);
hoe hij de drukpers verlangde te hebben gebreideld en hoe hij de evan-
gelisatie slechts voorstond , wanneer die bevorderd kon worden zonder
dat de Regering zich daarmede inliet of maatregelen nam die van vijand·
schap of partijdigheid tegen het Mahomedanisme getuigen.
Met deze verklaringen nam men genoegen. Want ofschoon men zeer
>

l (13) Van dat woord ·» v00rl00pig" maakt de heer Groen zeer behendig gebruik,
‘* als om te doen gevoelen , dat wanneer Keuehenins in 1868 wel grondeigendom
wil hebben toegekend, hij niet ontrouw wordt aan zün programma van 1866:
want zeide hij toen niet ~11002·l0op£_q?" (bl. 14-15). Het is waarschijnlijk de
schuld van de weinige koloniale kennis van den heer Groen (die deze steeds
als lid der Kamer heeft beleden en ook nu nog volmondig belijdt , bl. 21) dat
de beteekenis van dat woord door hein niet gevat is. Wanneer een koloniale
specialiteit verklaart, dat aan een groote omwenteling, als waarvan hier
sprake is , v00rl00pi_q niet valt te denken, dan weet ieder dat dit gelijk staat
met de verklaring: ~ in de eerste vijftig of honderd jaren niet." En nu zonden
wij van den heer Groen wel eens willen vernemen ,‘ wat er in twee jaren dan
‘ toch wel in Indië gebeurd is , hetgeen het tot stand komen van zoodanige omwen·
teling nu wel raadzaam maken zou?
X