HomeMr. Groen van Prinsterer's 'Karakterstudie' van Mr. Keuchenius, aan de feiten en de historie getoetstPagina 16

JPEG (Deze pagina), 770.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 34.69 MB

tt .
S
j M j
genoemde Staatslieden? Waiit het vragen van een u advies ," als waaraan
ig de heer Groen ons nu wil doen gelooven, mmzens een geheele rfqtiag, j
in de toen door hein gephantaiseerde omstandigheden, moet toch eenig l
oogmerk, eenige practische staatkundige bedoeling gehad hebben? Wat had
men aan een ««advies” van een man, die als Minister niet in aanmerking j
kon komen en die, volgens Groen, geen lid van de Kamer wezen wilde?
Nog meer; en een staatsman als Groen zal deze bedenking wel niet E
ligt tellen. Als den heer Kcuchenius een I/advies" gevraagd ware in i
` den zin, dicn zgn verdediger daaraan geelt: wie zou dan, naar den Y
j natuurlgken loop van zaken , daartoe het initiatiefhebben moeten nemen? {
i Ongetwgfeld een der leiders van de conservatieve rigting, wiens tusschen- "
komst en optreden reeds voldoende zouden zijn geweest om op het gewigt
i en dc beteekenis van de vraag te wüzen. Doch dat is het geval niet ge- i
weest. Hij , die van Keuchenius inlichtingen vroeg, was een zijner vrien­ '
j den , maar geen politiek persoon; wèl een man , wiens conservatieve be-
ginselen bekend en gewaardeerd zijn , maar geen man die, ondanks zijne
bekwaamheden, in de politieke wereld eenige rol wensehte te vervullen.
, Het was een vriend, die , Keuchenius gaarne lid der Tweede Kamer ‘
ziende , van hem , op grond van gerezen bedenkingen tegen zijne l<olo­ j
j nialc gevoelens , zgne beschouwingen vroeg omtrent het Indisch Rege­ i'
ringsbeleid cn den toestand van Indië , en die ze gereedelijk ontving ai,
. met het daarbij , trouwens voor het doel onvermijdelijke verlof, om daarvan
al het gebruik te maken dat in het belang van Vaderland en Koloniön i
noodig zou worden geacht.
VVie ziet dus niet in, dat de poging van den heer Groen, om den
brief van S Febr. tot een rx advies" te herscheppen, dat de strekking had l
om te worden het programma voor een nieuw Illiïzisierie, ten eenemale
hopeloos is? T
De zuivere toedragt der feiten komt dan ook eenvoudig hierop neêr
en geen poging, met hoe veel talent ook beproefd, kan in die feiten
t verandering brengen.
Van onderscheidene zijden was de verkiezing van Keuchenius, niet het
minst van die zgner vrienden die geacht konden worden te weten of hij [
zich al dan niet beschikbaar stelde, wenschelijk gekeurd. De strüd op
koloniaal gebied had destijds, naar het scheen, zijn toppunt van verwoed­
heid bereikt: een beslissend besluit scheen op het punt te staan va11 f
genomen te worden. Het bondgenootschap in dien strijd van een man als
Keuchenius, die pas als lid van den Raad van Indië met verlof naar lj
Nederland was teruggekeerd en die, hier te lande , als Secretaris­Gene­
raal bij ’t Departement van Koloniën , bekend stond als de vader
je
I