HomeTwee gesprekken over de N.O.TPagina 17

JPEG (Deze pagina), 787.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.90 MB

PDF (Volledig document), 29.76 MB

I5
hem ook bekend zijn, dat de N. O. T. zich verplicht heeft
gezien, ten einde aan al dat geknoei een einde te maken,
en daardoor den blijvenden invoer van cacaoboonen in
ons land te verzekeren, strenge maatregelen te nemen,
waartoe o._ a. behoorde het brengen onder N. O. T. ver-
band van alle cacaovoorraden van fabrikanten, onverschillig
of deze voorraden al dan niet in naam N. O. T. vrij
waren. Die maatregelen hebben de bonafide-fabrikanten
l de voortzetting van hun zaken mogelijk gemaakt.
j En het tweede voorbeeld, dat onze vriend geeft, is
V zoo mogelijk nog maller, daarin wordt eenvoudig de
beuzelpraat herhaald van het ,,Hamburger Fremdenblatt”
dat de N.O.T. een invoerrecht was gaan heffen op
T huiden en leder van Amerikaansche exporteurs, waarbij
dan de onwaarheid wordt gedebiteerd, dat in een mede-
, deeling van de Uitvoerende Commissie der N. O. T., in
' 1 den vorm van een tegenspraak, de kern der zaak zou
· zijn toegegeven. ­
I De N. O. T., aldus koopman B., heeft de aan haar
geconsigneerde huiden en looistoffen eenvoudig zonder
· ,T daartoe het recht te hebben opgehouden, tot de impor-
teurs en leerlooiers ten langen leste zelf toegestemd l
, hebben in een regeling, die voor hen groote risico’s met
· zich brengt. Of de geheele transactie werkelijk, inclusiet
de schadeloosstelling door invoerrechten, voor het sluiten
van den vrede afgewikkeld zou kunnen worden, noemt
koopman B. twijfelachtig.
Wat is nu echter de zaak. Van invoerrechten was
hier geen sprake. Men had hier te doen met een heffing
boven het usantieele administratieloon, waartoe de N. O. T.
ik krachtens haar contracten het volste recht had, evenals
zij eveneens aan die contracten het recht ontleende om
gi zelf het tijdstip te bepalen, wanneer de door hare be-
middeling aangevoerde huiden en looistoden konden
ii