HomeTwee gesprekken over de N.O.TPagina 13

JPEG (Deze pagina), 760.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.79 MB

PDF (Volledig document), 29.76 MB

rr
uit ingevoerde grondstoffen, was in den beginne toege-
laten, dat hier te lande gefabriceerde producten uit
contrabande-goederen, welke uit neutrale landen kwamen,
_ maar welke producten op zich zelve niet als contrabande
waren te beschouwen, vrijelijk konden worden uitge-
voerd.
Eerst 6 juli 11915 is daarin verandering gekomen,
toen alle producten uit geïmporteerde grondstoffen onder
N. O. T. verband kwamen. Niet doordat de N. O. T. in
werking was getreden, maar doordat haar werking in
den aanvang veel beperkter was dan later is dus in den
Q beginne nog zooveel naar Duitschland geëxporteerd, en
er is geen enkele reden om aan te nemen, dat, gelijk
koopman A. beweert, als de Regeering alles in handen
had genomen, minder naar Duitschland zou zijn uitge-
voerd.
Maar nog eens, of aan Duitschland sinds de oprich-
ting der N. O. T. veel of weinig ten goede is gekomen,
mag het criterium niet zijn ter beoordeeling of de op-
richting van de N. O.T. rechtvaardig was. Die kwestie
moet daarbij geheel uitgeschakeld blijven, anders wordt
de hoofdzaak vertroebeld door bij-overwegingen, die
daarmede niets te maken hebben.
p ls koopman A. voor een juiste beoordeeling van het
‘” recht van bestaan der N. O. T. dus de ware broeder niet,
koopman B. uit Dusseldorp, de totaal verduitschte Neder-
lander, maakt het nog veel bonter; die tracht de menschen
diets te maken, dat de N. O. T. in haar wezen geen
neutrale instelling is. Hij betoogt, dat de N. O.T. voor
de Entente een hulpmiddel is geweest, waardoor zij op
l den duur meer tegen Duitschland heeft kunnen doorzetten
dan zonder het bestaan van de N. O.T. mogelijk zou
zijn geweest, en bovendien maakt hij de N. O. T. er een
grief van, dat zij zich onder den invloed van de over-
l