HomeTwee gesprekken over de N.O.TPagina 11

JPEG (Deze pagina), 791.27 KB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 29.76 MB

9
was aan te merken, en welke goederen men al dan niet
3 kon en mocht uitvoeren naar oorlogvoerende landen.
- Deze Commissie heeft toen in verband met hetgeen
g haar ter oore kwam omtrent het standpunt onzer Regee-
ring en dat der Britsche Regeering het initiatief genomen
tot oprichting van een lichaam, dat geacht kon worden
E handel en scheepvaart te vertegenwoordigen. Dat lichaam
werd de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij en
i na onderhandelingen, welke door de belanghebbenden
i met Sir F Rancis Oi>i>.eNHE1ivir:n, den Handels-Attaché bij het
Britsche Gezantschap te ’s-Gravenhage, werden gevoerd,
nam de Britsche Regeering genoegen met de bestem-
mingswaarborgen welke de N. O. T. gaf. ln dien tusschen-
j tijd trok de Regeering de voorziening van tarwe en
jj tarwemeel aan zich. Ook liet zij enkele soorten goederen,
l die hier onmisbaar waren, aan haar adres komen. Daar-
j voor werden nimmer garanties gevraagd of gegeven.
l Er werd aangenomen dat, wat de Regeeringlietkomen,
uit den aard der zaak niet voor het buitenland bestemd
was. Na de oprichting der N. O. T. verleende de Regee-
j ring geen tusschenkomst meer voor particulieren. Zij
l liet en laat uitsluitend aan haar adres die goederen
komen, welke bij de verscheping haar eigendom zijn.
Op het oogenblik derhalve bestaan deze uit: tarwe,
tarwemeel, een gedeelte van het veevoeder en alles
wat noodig is voor Oorlog en Marine ofeenigen anderen
tak van ’s lands dienst. Dit wat den oorsprong betreft
jj van de N. O. T.
Gij ziet dus, dat koopman A., de verdediger
van de N. O. T., totaal niet op hoogte is en dat zijn
voorstelling, alsof in de oprichting der N. O. T. eigenlijk
schoorvoetend en met tegenzin door de Entente is be-
willigd, omdat zij daarvan bevoordeeling van Duitscliland
_ vreesde, er volkomen naast is."