HomeBrief aan eenen kiezerPagina 9

JPEG (Deze pagina), 636.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 20.82 MB

LMDEN, 7 Januarn 1868,
Bij telegram van gisteren deelde ik U mede, dat ik niet
verlangde voor het lidmaatschap der Tweede Kamer in aan-
= merking te komen. Mün brief aan de kiezers in het hoofd-
kiesdistrict Arnhem, geplaat.st in de Arnhemsohe en de Nieuwe
ltotterdainsche Courant, heeft dit nader bevestigd.
Van verschillende zijden is mg het verlangen kenbaar gemaakt,
dat ik mg niet zoude onttrekken. Hoe hoog ik zulk blijk van
vertrouwen ook waardeer, ik acht het in de tegenwoordige om-
standigheden voorzigtig van niet in de Kamer terug te keeren.
Het heeft mij intusschen genoegen gedaan, het bewijs verkregen
te hebben, dat [tij en anderen, die bij de eerste ontbinding
mijne candidatuur hadt tegengewerkt, nu niet ongenegen zoudt
geweest zijn haar te ondersteunen. Al ware het anders ge-
, weest, ik zoude het niet euvel geduid hebben. In den tijd van
spraakverwarring, waarin wij leven, acht ik meer dan ooit
verschil omtrent enkele punten in het staatkundige met zamen-
stemming omtrent het Eene Noodige bestaanbaar.
De spraakverwarring heeft voedsel gevonden in de geenszins
duidelüke verklaringen, waarmede dit Ministerie op 4 Junij1866
in de Kamer optrad. Zü is tot eene verbazende ontwikkeling
gekomen en duurt nog altijd voort, sedert de door mij op
27 September 1866 voorgestelde motie met den naam van
,,aanranding van de prerogatieven der Kroon" bestempeld werd.
Het drukken van zulken stempel op eene in onze parlemen-
taire geschiedenis geenszins ongewone handeling moest genoeg
' zijn, om haar door velen onder ons aan zijnen Koning en het