HomeBrief aan eenen kiezerPagina 27

JPEG (Deze pagina), 639.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 20.82 MB

25
t
te geven, of zij termen vond o1n eenige wüzigingen te brengen
ï in de onderwijs­wet, ja dan neen. Nu bij het uitselnüven der
è verkiezingen op een vroeger tijdstip alle inlichtingen dienaan-
gaande achterwege bleven, bestond er, bij het hoog belang, ’t
welk di.t onderwerp den kiezers moest inboezemen, haast meer
reden om uit het stilzwijgen der Regering tot het voornemen
van eene derde ontbinding in de maand Junü aanstaande,
l dan tot het plan van eene herziening der sehoolwet te be-
{ sluiten.
, Onder zulke omstandigheden. liet zoowel de keus de1· drie
nieuwe ministers van eerediensten en justitie, als de houding
van het kabinet, hd de ontbinding aangenomen, evenveel te
hopen als te vreezen over.
In dit geval moest ook voor mij, gelük ik meende, overwe-
l gend zgn en bldven de bewering van den Minister van buiten-
landsche zaken, dat niemand aan de zaak van het onderwijs
meer kwaad gedaan had dan ik.
i Nog onlangs had een eerbiedwaardig godsdienstleeraar den
Z leden der Tweede Kamer toegeroepen 1):
,,Zoo duur als de plicht, zoo heilig en eervol als de taak
is, die op u rust, zoo ontzaglijk is ook uwe verantwoordelijk
heid voor den Heer der gemeente. Draagt zorg, bidden wij u,
dat niet Zijn naam om uwentwillc gelasterd worde. Die heilige
Naam kan op tweeërlei wüze gelasterd worden, waarvan de
tweede erger is dan de eerste. Zijne vüan den kunnen Hein
i voor dood verklaren; doch daarmee zal lachen, die in den
4 Hemel woont. Maar züne vrienden kunnen aanleiding geven,
dat die Naam kraehteloos worde verklaard; en welke
gevolgen zal dat hebben ‘?"
1) Aan de Evangeliwbelijders in de Tweede Kamer, door J. H. Gunning Jr.
Utrecht, van Peprsem, 1867, blz. 8,