HomeBrief aan eenen kiezerPagina 24

JPEG (Deze pagina), 679.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 20.82 MB

`
V »
1 l
e . l
is l
li. l
Y l
e 22 j
'Wat daarvan ook zij, ik meen bij deze tweede ontbinding ;
der Kamer mijne taak als afgedaan te mogen beschouwen. Die
ji strijd juist tusschen het uitspreken der waarheid en het betrachten
lj van ehristelgke liefde valt mij onder dit Ministerie te zwaar. Het
stille tegenwerken van mQne geestverwanten, zonder dat zg zich
verwaardigen mij openlijk te weerspreken en mij van dwaling
j te overtuigen, is mu op den duur te pünlijk en vernietigt den
l invloed, dien ik anders zou hebben kunnen uitoefenen. Bü het j
ongekrenkte vertrouwen des Konings, hetwelk de Ministers j
zoo op den voorgrond gesteld hebben, doet mijn eerbied voor
den Koning en zgne dynastie mij voor oppositie, waarvan ik
j nogtans moeijelijk mg zoude kunnen onthouden, beducht zijn.
jj I Eindelijk is de verklaring van den Minister van buitenlandsche
i zaken, dat niemand meer aan de zaak van het onderwijs ge~
i schaad heeft dan ik, op zich zelve eene afdoende reden om
li inü van alle eandidatuur te doen afzien. Niet, omdat ik de
juistheid van die bewering beàiam: ik geloof veeleer, dat indien
de Minister van buitenlandsehe zaken bij de afstemming züner
l)€gl‘OOlll'Ig {ll).gCll`(3(l.€ll NVLIFG, l”1@lZ gC1VGllCll Vïlïl (lêll SClll‘UV€l` i
{ van: ,,Agitatie of pligtsbetraehting" eenen schralen troost zonde
jl gesmaakt hebben bij de gedachte, dat züne goede voornemens
5 door den interpellant van 23 Augustus 1866 waren gedwars-
. lioomd. Maar, welke ook de bezwaren wezen mogten, door mij
lj in den weg gelegd. zg nemen met de nederlegging van mijn
mandaat een einde. Voor den heer van Zuylen wacht van
V l”lll flll (l.€ ]`O€‘lTl Vllll, llGl. 0(lli Oll(lOl` Q"l‘OOlLC Flgllflllê, Zljllêll
V pligt betracht en de schoolwel; herzien te hebben. Misschien
x` dat in latere jaren iemand van mij erkenne, dat ik de herin-
nering daaraan heb levendig gehouden! ;
j ` L. w. o. KEUCHENIUS.
re ï "
ll