HomeBrief aan eenen kiezerPagina 23

JPEG (Deze pagina), 681.48 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 20.82 MB

. j
i
ä
i
S
i

21
heid schuldig te maken, indien ik het mandaat, dat mü tot
i bepleiting van beide quaestien in de gelegenheid stelde, afwees.
Niemand weet beter dan ik, hoe gebrekkig ik mij van mijne
taak gekvveten heb, en in hoeveel ik ben te kort geschoten.
Maar al hadde mijn werk slechts dit gevolg gehad, dat mün
j aan den heer Groen van Prinsterer toegezwaaide lof voor
enkele onzer tegenwoordige of toekomstige staatsmannen een
J spoorslag geworden ware, om van zijne geschriften kennis te
nemen en de bron, waaruit hij züne beginselen putte, te raad-
plegen; ik zoude meenen niet geheel nutteloos te hebben ge-
; arbeid. Een werkkring, waarin voor mij de naam van vgand
van Oranje was weggelegd, zoude nog na vele jaren, wanneer
onze namen niet meer herdacht worden, tot bevordering van
het heil van Oranje en Nederland hebben bügedragenl
Men verwijt mij vooral gebrek aan Christelijke liefde. Verre
van mg, ook niet te dier zake mg te verooimoedigen. Men
vergete evenwel niet, dat in onze dagen van flaauwheid en
zoetsappigheid, onder den schijn van de liefde na te jagen,
L dikwijls de waarheid verbloemd of verzwegen wordt, en dat
- niet alleen de personen der Ministers, maar ook de volken van
T Nederland en Indie regt hebben den eisch van Christelijk
liefdebetoon te doen gelden.
i Toen Jesaja gezonden werd, om het oordeel der verharding,
waardoor het ziende niet zien en hooreude niet hooren zoude,
aan Israel aan te kondigen, werden zijne lippen door eenen
Seraf met eene vurige kool aangeroerd.
Ik ben minder dan iemand anders; maar het zoude toch
i kunnen zijn, dat müne taal zoo scherp heeft moeten klinken,
scherper misschien, dan ik zelf bedoeld heb, om Nederland uit
zünen langen en vasten slaap te doen ontwaken, ter behou-
idenis van alles, wat het lief heeft en wat tot hiertoe de stof
van zgn roeinen en danken heeft uitgemaakt.