HomeBrief aan eenen kiezerPagina 14

JPEG (Deze pagina), 708.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 20.82 MB

vt
il
il
12
i
` aan de rigting van het Kabinet. Naar mijne zienswijze, behoort
de Minister van Kolonien de ziel, de eerste man van het
j Kabinet te zijn ,,op wien de oogen van geheel Neder-
land en züne Kolonien gevestigd zijn, omdat hh
j met de gewigtigste staatsbetrekking is bekleed."
l De Heer Mijer zelf had zich herhaaldelijk beroemd op zijne
vijf-en-twintigjarige dienst en zijne lange studie van dé Indische
toestanden; hij was de ziel geweest der zesjarige oppositie, _
i gevoerd tegen de Ministers London, Uhlenbeck en Fransen van '
de Putte, wier rigting hem geenerlei vertrouwen inboezemde;
het werk, waartoe zij zich vruchteloos aangegord hadden, zoude
hij in het door hem gevormde kabinet naar zijne rigting
tot uitvoering brengen; maar hij ging henen, slechts hulde
brengende aan de eertijds door hem bestredene rigting en in
zijne plaats achterlatende eenen man, die alleen gelegenheid
gehad had de waarde van het cultuurstelsel naar de hoeveel-
heid der door hem verscheepte of verkochte pikols suiker en
koffij te leeren beoordeelen en wiens staatsdienst; zich tot vier ·
of vijf weken zitting in den Raad van State bepaalde.
Zulk spelen niet ’s lands belangen, die men zelf altijd als
de gewigtigste heeft algeschilderd, grenst aan het ongeloofe-
lijkel Nog gedurig spreekt men sinalend van een Ministerie-
Pieke! Zijn de spotternijen daarover niet duizendvoudig gewroken
l door het Ministerie­Trakranen‘?
lk begreep, dat met dat Ministerie de koloniale quaestie
onmogelijk zou opgelost worden en dat de zonderlinge houding,
door den heer Mher bij de verdediging der indische begroo-
ting aangenornen, de bestaande onzekerheid en verwarring slechts
zoude verergeren.
lk heb nooit getwüfeld, of men eenmaal erkennen zou,
dat ik goed gezien had. lk hoop niet, dat men het eenmaal
zal te betreuren hebben de vernianing van eene aanzienlijke
I