HomeNog iets over de herziening onzer belastingenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 713.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.29 MB

PDF (Volledig document), 12.98 MB

l
265
entegen wordt nog ontnomen de vrijstelling, die zg thans voor
hunne buiten de woning gelegen kantoren kunnen inroepen.
En waarom wordt die vrijdom, die het schijnt dat de
ontwerper hun anders wel zoude willen toestaan, hun ont-
nomen of onthouden? » Ter voorkoming van de talrijke anders
» niet te weren ontduikingen.» Daaraan schijnt men niet
te denken ten aanzien van kooplieden, kostschool-, logement-,
A societeithouders enz., en de ontwerper, die een of onbe-
teekenend of onuitvoerbaar toezigt op de schoorsteenen wil
uitoefenen, onthoudt alleen den ambtenaar het geoorloofd
gebrui/c om het mogelyïc inislmriïc. Gewis zou de amb-
j tenaar, en nog wel dezulke die een wettelijken vrijdom
voor zijn kantoor en zijne bewaarplaatsen inriep, de laatste
belastingsehuldige zijn, die morde over het toezigt, door
de administratie der belastingen over die localen uit te
( oefenen. Ik hoop, dat de Nederlandsche Volksvertegen-
woordiging niet de gunst maar het regt, dat ik voor de
ambtenaren inroep, zal weten te handhaven.
In art. 20 van het ontwerp vinden wij eene gewigtige
verandering; niets is billijker, dan dat men, in den loop
van het dienstjaar verhuizende, de belasting van de lm
woning mag aftrekken van den nieuwen aanslag, zoo dat
j · men, als deze even hoog of lager is, niets, en alleen wan-
neer die meerder is, het ïzoogcr bedmg betaalt. Zulks is
dan ook zoo bn de bestaande wet, en zoo blnt`1; het ook
bn het voorgedragen ontwerp. Dan, de bestaande wet ver-
leende daarenboven ten eenen male verkeerdelijk vrijdom
van woningen, waarvoor in den loop van het dienstjaar be-
reids anderen waren aangeslagen geworden. A. verhuizende ,
1 bragt zijne lm belasting in rekening bij de volgende wo-
[ ning, terwijl B., die dat huis betrok, daar de belasting
voor het huis reeds was betaald geworden, niet voor de
` 4L eerste grondslagen werd aangeslagen. Zoo konden
I twee of meer gezinnen slechts aan ééne belasting onder-
i worpen zijn. Het mag wel verwondering baren, minder
l ‘ nog, dat die bepaling in der tijd in de wet van 1533 is
opgenomen, {men behoeft met geen lantaarn naar meer
l we
ä
i
1