HomeNederland's consulaire vertegenwoordiging in EgyptePagina 11

JPEG (Deze pagina), 581.63 KB

TIFF (Deze pagina), 6.29 MB

PDF (Volledig document), 7.12 MB

j 9
Zoo bewijst de geschiedenis van den dag dat de door den
Nederlandschen Agent en Consul Generaal beweerde onbevoegd-
. heid niet anders is geweest dan een z·0om·««mZscZ, strijdig met
de tederste belangen van een voor overmacht staandeu landge-
noot, strijdig met de eostumen van het land, waar die consul
. is aangesteld tot agent, dus om te ageeren.
; II rm orzronrn van .-xnanssAxr’s noon HET Hors vertoon-
·i nannnn mïcnrsrnaan.
’s Hofs protest strekt om te betoogen dat eene rechtspleging
G zonder executie geene rechtspliging is.
Hetzelfde is betoogd in adressant’s uitspraken van 20
Jun isve.
Is het hoogste regtscollege tot dit betoog gerechtigd zelfs in
4 bovenstaanden uid judicieelen vorm, dan was ook de bevoegd-
heid van het laagste regtscollege niet te ontkennen, allerminst,
waar dit laatste zijn oordeel uitsprak in den wettigen vorm
van een jzzgemcnt cïamuzf faire droit; zich niet inliet, zooals
’s Hofs protest met politieke bespiegelingen en wenschen, veel
minder de regterlijke macht op deed treden als openbare aan-
klager der Landsregeering, doch zich bepaalde tot het vast-
stellen van een onvermijdelijk uitstel.
Vermits de rechtskracht der gewijsden ten eenenmale af-
hangt van de bescherming der Regeering en haar voorbeeld
in het eerbiedigen der wet, heeft adressant op 20 Juli 1876 ·
gelijk nog heden gemeend, dat bij ontstentenis dier bescher-
ming en van dat voorbeeld geen vonnis is te wijzen onver-
schillig tegen wien.
Intusschen is adressant veroordeeld op grond dat hij, handelend
zooals zoo even gezegd is, te kort zou zijn geschoten in de
vervulling zijner plichten als rechter.
Geen sterker ontzenuwing van die veroordeeling schijnt
denkbaar dan ’s Hofs tegenwoordig protest, waarbij niet alleen
zooals reeds gezegd is, de judicieele vorm geheel uit het oog
ä
l