HomeAdvies uitgebragt ter vergadering van wege de Kamers van Koophandel en Fabrieken in Noord-Brabant en LimburgPagina 23

JPEG (Deze pagina), 688.52 KB

TIFF (Deze pagina), 5.97 MB

PDF (Volledig document), 17.04 MB

23
door eene verstandige toepassing van art. 8 der wet van
8 Augustus 1850 in verband met de organieke wet van 1821 '?
Duitschlands rijkskanselier en Engelands premier heb-
ben, van verschillend standpunt, eenstemmig‘verklaard,
dat ieder land vrij moet zijn en blijven in de bepaling
der middelen waardoor het in zijne uitgaven wil voorzien.
Zou dit beginsel van nul en geener waarde zijn voor ·
Nederland? Zou dit beginsel van hier niet mogen worden
_ ingeroepen, na de teleurstellingen die de inlandsche
ii nijverheid sedert nu dertig jaren heeft ondervonden? A
Zou dit beginsel met de belangen der schatkist en der
belastingschuldigen strijden nadat men het kleine Neder-
land, tot behoud zijner Oost­Indische kolonien gedwon-
gen heeft een rijk als Atjeh te veroveren, den Indischen
Archipel van zeerooverij te zuiveren, maar zijn eigen
budget met meer dan 100 millioen verlies te bezwaren,
gezwegen nog van de onherstelbare menschenolïers, welke
die noodlottige krijg heeft geeischt?
Men late echter niet langer, door besluiteloosheid bij
Regering en wetgeving, de Nijverheid tusschen hangen
· en wurgen.
Sedert nu drie jaren heeft zij de Regering verzocht:
onderzoek. Het eerste adres dagteekent uit een tijd dat
de tegenwoordige Minister van Nijverheid nog te Parijs
vertoefde, of de laatste hand legde aan het rapport der
Nederlandsche Hoofdeommissie voor de jongste wereld-
tentoonstelling te Parijs, een rapport waarin de aan-
staande Minister van Nijverheid zelf de verklaring heeft
wereldkundig gemaakt, dat hij zich te vergeeis tot het
algemeen bestuur in den Haag had gewend, ten einde
voor een algemeen overzigt der Nederlandsche nijver-
heid goede gegevens te erlangen. Men bezat, men bezit
die niet bij ’t algemeen bestuur.