HomeAdvies uitgebragt ter vergadering van wege de Kamers van Koophandel en Fabrieken in Noord-Brabant en LimburgPagina 12

JPEG (Deze pagina), 639.22 KB

TIFF (Deze pagina), 5.88 MB

PDF (Volledig document), 17.04 MB

ii Ni 2
n
5
ä
ie
W at willen wij ‘? `Wij willen slechts datgene wat de
wetgever van 1850 kennelijk heeft bedoeld met en ver-
wacht van zijne liberale handclswetten: >>wederkeerige l
liberaliteit jegens Nederlandsche en Ned.-Indische nijver- I
heidsproducten.>> Die wederkeerigheid is tot heden uit- i i
gebleven -­- maar wat kregen wij in de plaats? i
l
Afschaffing van doorvoerregteng afschafnng van het E
uitvoerregt op lompen; een schrap door de differentieele
~ regten van het Ned.-Indische tarief; en ten slotte eene i
wanverhouding tusschen het Nederl. en het Nederl.-
Indische tarief`, plus de meest ongelooflijke verwarring
en onbillijkheden in het Nederlandsche.
E
Wat wij willen? Bescherming. Maar welke? Vooreerst I
die, welke ons verschoont van verongelijkingen in deze
soort van belasting, en een einde make aan de be- t
._ voorregting van dezen en de benadeeling van genen.
l
Wij willen voorts een tarief van invoerregten, be-
antwoordende aan de beginselen der organieke wet van jv
12 Julij 1821, St. no. 9, houdende de grondslagen van i
het stelsel onzer rijksbelastingen. Alzoo eene belasting-
wet die niet, door ongelijkmatige toepassing, den een
drukken en den ander sparen mag. 0nze grondwet wil i
geen privilegien in belastingen, en een privilegie wordt
het als niet met de meest mogelijke naauwgezetheid .
de beginselen dier wet worden toegepast.
""’"* t
immers zoolang groote partijen gedistilleerd, onder steenkolen bedolven,
of in vaten zuur bier of gemalen tras verborgen, langs rivieren en spoor-
wegen worden binnengesmokkeld, en de fraude in sterken drank aan de
zeezijde ook haar weg vindt, zal aan eene opheffing van scherpe middelen
van toezicht wel niet kunnen gedacht worden. En het zout dan? j
(Amsterd. Courant van 7 Oct. ll)
1