HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 88

JPEG (Deze pagina), 427.17 KB

TIFF (Deze pagina), 3.42 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

lib
ta
gl
82
ll
E; Wederkeerigheid r
jg land behooren, en in de andere Verbonds-
lj landen de rechten door dat Verdrag ver-
leend (Art. 6 B. C.).
ri § 248. Weekbladen zullen in de meeste gevallen
jj moeten worden gelijkgesteld met ]Vi¢zm/s-
bladwz (zie § 134).
` In grensgevallen zal naar den inhoud (of
ll den vorm of naar beiden) moeten worden
ll! uitgemaakt of de bepalingen gelden ten op-
lei zichte van Nieuwsbladen of van Tijd-
Eg? schriften gesteld. In die gevallen is het
jl aanbevelenswaardig, als men zich wil vrij-
ll waren tegen ongeoorloofd overnemen, aan
te duiden dat aziemsmevz zxcráadm is,zoowel
aan het hoofd van het nummer, als boven
elk artikel in het bijzonder.
‘, ZlêïBI`OI1V€I`I11€lClIl]"lg(§5I)QNl€UVS·
‘; bladen (§ 134); Tijdschriften (§ 215).
l § 249. Werk. Onder werk verstaat de Wet niet
l alleen een boek- of muziekwerk,maar in het
i algemeen ieder voortbrengsel op het gebied
j van letterkunde, wetenschap of kunst, op
welke wijze of in welken vorm het ook ver-
_j veelvoudigd kunne worden, benevens de
I verveelvoudiging zelve, en meer in het bijzon-
E der de voortbrengselen genoemd in Art. ro.
g Zie: Auteursrecht (§ 24); Ver-
‘ veelvoudigen (§ 235).
i § 250. Werken in dienst van een ander verricht.
Indien de arbeid, in dienst van een ander
verricht, bestaat in het vervaardigen van
li