HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 50

JPEG (Deze pagina), 421.51 KB

TIFF (Deze pagina), 3.46 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

sg 5
.1
t El
u
te
te 44
I -1
; §141. Omvang van de bescherming. Voégem de
I W2!. De Wet beschermt zzizïvluiimd den maker i
` of diens rechtverkrijgenden, en omvat al/c
j goscáräicvz hoe ook vervaardigd of verveel-
l‘ voudigd (Artt. 1 en IO), behoudens de be- ej
[ perkingen bepaaldelijk in de Wet genoemd.
L Vo{çwzs do Borvzer Covzzrmiic. zie: B e r- Vi
*1 ner Conventie 34).
§ 142. Omvverken. Elke omwerking van het
j oorspronkelijk werk wordt beschouwd als j
. gelijk te staan met ongeoorloofde verveel- {
voudiging, behalve wanneer deze als een nieuw l
[ oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt ··.
j (A rt. 13).
l De grens zal vaak slechts naar het oordeel ll
van ter zake deskundigen kunnen worden
l getrokken.
j Intusschen kan in het algemeen worden ;
1. i aangenomen dat het niet geoorloofd is om
[ work Zo ïzoroorozovz tot tooneelstuk, volksuit- g
[ 1 gaaf , uitgaaf voor het onderwijs , kinderboek. l
Q [ beknopte uitgaaf enz., of omgekeerd. Ook {
l` jj niet, wanneer in den vernieuwden vorm in ä
{ meerdere of mindere mate afwijkingen voorko-
Q ‘; men ten opzichte van het oorspronkelijk werk.
jj In dien zin is eene vertaling eveneens eene
L omwerking.
j Z Deze beschouwing geldt overigens in ge-
. ; lijke mate ten opzichte van alle door de Wet
i beschermde werken op kunst- en muziek-
¥ gebied.
j Heeft de maker zijn auteursrecht over-
‘ gedragen. dan is niettemin gedurende zijn