HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 46

JPEG (Deze pagina), 406.95 KB

TIFF (Deze pagina), 3.44 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

l
i 40
jr §129. Nadruk is volgens de Wet wngeoorloofde .­
,1 openbaarmaking of verveelvoudiging».
Zie: Ope11baarmaken(§ 146); Ver-
j veelvoudigen (§ 235). Z
nl Nagedrukte boek-, plaat- en muziek-
j werken enz., mits uitgegeven vóór 1 Septem-
j ber 1912, voor zooverre die nadruk fam
was ge00¢·!00fzz’, mogen nog worden ver-
. handeld (op nieuw gedrukt, verkocht en
verspreid) tot. r November IQl4 (A rt. 50).
, Voor het invoeren van buitenlandschen
j nadruk geldt deze overgangsbepaling niet;
i dit is dus reeds van 1 November I()I2 af .,
E verboden,
j Zie: Overgang 158).
j §130. Nagelaten werken zijn beschermd op den-
j zelfden voet als openbaar gemaakte werken.
, Het auteursrecht daarop is niet vatbaar
j voor beslag, zoolang het berust bij dengene
die het als erfgenaam of legataris van den
maker verkregen heeft (A rt. 2, ge lid).
j Volgens de B. C. (Art. 7, ge lid) wordt,
. voor de aangesloten landen, de duur van het "
· auteursrecht van nagelaten werken bepaald
, door de nwetgeving 'van het land, waar de
bescherming wordt ingeroepen, terwijl deze
duur die welke in het land van herkomst is
vastgesteld, niet mag overtreffen.
§131. Nederlandsch Oost­I¤dië. De Wet geldt
ook voor Nederl. O-Indië, behoudens eenige
straf bepalingen (A rt. 4.5),
Bij Kon. Besl. van 26 juni IQII (Stb/,110.
L