HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 42

JPEG (Deze pagina), 389.04 KB

TIFF (Deze pagina), 3.44 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

F
gr l
l 36
V Lichtbeelden ‘
( Ten dienste van het onderwijs, of voor i
' eenig ander wetenschappelijk doel, kunnen
êr wzkclc platen uit een werk in dezen vorm
F, worden vertoond, doch met bronvermelding
l- (Arr. Is).
, Zie verder: Bronvermelding (§ 51);
j Fotografische werken 7Q); Open-
bare opvoering (§ 149).
i § 119. Lichtdrukken zijn beschermd (A rt. ro, re
lid, sub 60).
Zie: Illustratiën 94). g
§120. Lithografieën zijn beschermd (Art. ro,
16 lid, sub 60).
Zie: Illustratiën 94).
§ 121. Maker, In de Wet voor het eerst gebruikt
· in den zin van het begrip «Auteur», zooals
0 dat in de Auteurswet van 1881 voorkwam.
De maker heeft van rechtswege het auteurs-
i recht op zijne schepping (Art. 1).
9 Bij boeken en vzmszkkwerkazz wordt, behou- .
dens bewijs van het tegendeel, als de maker ·
beschouwd hij die op of in het werk als
zoodanig is aangeduid (Art. 4, IE lid). Het
is niet noodzakelijk dat de naam des makers i
op den titel voorkome; deze kan gesteld `
worden in een voorrede, naschrift of op ,
andere wijze. ·
r Ontbreekt de aanduiding geheel, dan wordt
als de maker beschouwd degene, die bij de
openbaarmaking van het werk als maker I
daarvan is bekend gemaakt door hem, die
l