HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 26

JPEG (Deze pagina), 391.46 KB

TIFF (Deze pagina), 3.41 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

I
20 I
I
$63. Dictaten, zie: Eigen oefening (§ 69), '·
§ 64. Dramatisch­muzikale werken, zie: Too- I
neelwerken 210).
§ 65. Drukker, De drukker kan voor het auteurs-
recht opkomen , wanneer de namen van maker
en uitgever in of op het werk niet zijn aan- [
geduid, I
Zie: Inbreuk enz. 95); Naam van I
den maker (§ 128). »
Wordt in de B_­C, niet genoemd, I
§ 66. Duur van het Auteursrecht. I
Het auteursrecht vervalt door verloop van
50 jaar, te rekenen van den dag van het ‘ ,
overlijden des makers van het werk IArt, 37, I
16 lid). I
Bij gezamenlijk auteursrecht, aan gezamen- I
lijke makers toekomende, wordt gerekend. I
van den dag van het overlijden van den langst- I
levende hunner (A rt, 37, ze lid). I
ls de naam des makers niet aangeduid, dan I
loopen de 50 jaar van den laatsten dag van I
het kalenderjaar (31 Dec.), waarin het werk
is uitgegeven of op andere wijze openbaar I
gemaakt (Art. 38, re lid). |
Dezelfde berekening geldt voor werken,
waarvan openbare instellingen , vereenigingen, I
stichtingen of vennootschappen als maker I
worden aangemerkt, en voor werken voor I
de eerste maal openbaar gemaakt na het
overlijden des makers (Art. 38, 2C lid). I
Het uitsluitend vertalingsrecht van een in ,
druk verschenen werk duurt ro jaar, te reke- I
+
I