HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 24

JPEG (Deze pagina), 406.84 KB

TIFF (Deze pagina), 3.41 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

18 j
Bouwwerken
(§Q4)§iKU11S'C11ljV€I‘l'l€l(l(§IO8);Ol1dCf­
wijs (§144).
§ 49. Brieven. Indien niet anders is overeen-
gekomen, bezit alleen de auteur van den brief
het auteursrecht, terwijl de bezitter van den
brief slechts den eigendom daarvan heeft.
Moet een brief worden overgeschreven tot
eigen oefening, studie of gebruik, zooals
b.v. om te dienen in een eigen rechtsgeding,
dan is het verveelvoudigen in zecz wzkc/c exem-
15/mwz geoorloofd (Art. 17, 16 lid). ,
§ 50. Brochures, zie: Boeken 45).
§ 51. Bronvermelding (bij geoorloofd overnemen
van artikelen uit nieuwsbladen enz., van korte
gedeelten in bloemlezingen enz,) moet zml-
Zcdzlq zijn en dzmzklälc. Bij overneming uit
nieuwsbladen of tijdschriften moet op a'z¢z'de-
lg/ze wysc gm0ema’ worden het nieuwsblad
of tijdschrift waaruit is overgenomen (Art.
15); bij overneming in bloemlezingen, of in
aankondigingen en beoordeeling moeten het
werk gczwcma', waaruit is overgenomen, en
de mrzkaz, voor zoover deze op of in het
werk is aangeduid (Art. 16, IC lid).
§ 52. Catalogussen, zie: Geschriften (§ 85);
Veilingscatalogussen (§ 221).
§ 53. Choregraüsche werken zijn beschermd, in-
dien de wijze van opvoering bij geschrift of an-
derszins is vastgesteld (A rt. io, IE lid, sub 4°).
Zie ook; Opvoeringsrecht (§ 154).