HomeDe auteurswet en de Berner ConventiePagina 22

JPEG (Deze pagina), 418.79 KB

TIFF (Deze pagina), 3.42 MB

PDF (Volledig document), 38.82 MB

l
j 16 ,
( § 44. B10em1ezingen.Geoorloofdis het overnemen,
in bloemlezingen en andere werken bestemd
voor het onderwijs of een ander wetenschap-
pelijk doel, van ezzkele korte gedeelten van
een werk van letterkunde, wetenschap of
( kunst, of van erzkele korle opstellen of ge-
dichten (Art. 16, IC lid). .
Het staat derhalve vrij,zorzder z‘oeslemmlrzg
van den eigenaar van het auteursrecht,
in bloemlezingen en verder hier boven ge-
noemde werken voor het onderwijs of een
ander wetenschappelijk doel, erzkele korte .
gedeelten overtenemen, alsmede zelfs eene korle
rzoïwelle of een kort gedäekl, sleeds eekler mel
oromzermeldirzg (Art. 16, re lid).
Gedeelten van groolererz omvang mogen
slechts met z‘oesz‘emmi¢zg van den eigenaar van
het auteursrecht worden overgenomen. De
tekst van de wet duidt voldoende aan
dat er slechts sprake is van korle gedeelten; ‘
bij twijfel kan de rechtspraak op de soort- ë
gelijke bepaling in de Auteurswet 1881 tot ,
voorbeeld strekken of zullen ter zake deskun- ,
digen de noodige voorlichting kunnen geven.
De bepaling van Art. 16, IC lid,is mede
van toepassing ten aanzien van het over- {
nemen in eene andere taal dan die van het ,
oorspronkelijke.
Ten opzichte van muziek kunnen enkele ;_
korle opslellerz of gedieklerz buiten beschou­ _
wing blijven en alleen ezzkele korle gedeelten ,
in aanmerking komen.
In de meeste gevallen is een korl gedeelle