HomeDe aprilbewegingPagina 98

JPEG (Deze pagina), 816.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

in onverbloemde taal zou kunnen blootleggen, zonder het
Protestantisme te verloochenen. Men achtte het ondenkbaar,
dat een Nederlandsch minister een stad, die meer dan eenige
andere zich van allen vooruitgang op staatkundig en op
kerkelijk gebied afkeerig betoont, met haar waren naam
zou kunnen bestempelen, zonder verraad te plegen jegens
zijn vaderland.
In zulk een stemming verkeerde het groote meerendeel
der Protestanten bij het naderen der verkiezingen. De le-
den van het afgetreden ministerie en al hun vrienden en
j aanhangers werden deels als bondgenooten, deels als werk-
; tuigen van Rome beschouwd, die in het belang van het
ti Protestantisme uit de Kamer moesten geweerd worden. De
. liberalen verlieten voor een deel hunne vanen, en verbree-
derden zich met de mannen der reactie. De vrijzinnigen op
kerkelijk terrein achtten "zamenwerking ‘ " met hun bitter-
E ste vijanden mogelijk en wenschelükg ­ men zag ze ijveren
voor de verkiezing van anti­revolutionairen. Vergeefs poog-
den de bladen en geschriften der constitutionele partij hen
i tot juister inzigten te brengen. Vergeefs voorspelden ze
· hun wat men van de mannen, die zich van het bewind had-
den meester gemaakt, had te wachten, en wezen ze hen in
i verband daarmeê op het feit dat de wetten van het minis-
, terie Thorbecke, die nu door de nieuwe ministers strijdig
met den geest der grondwet werden genoemd, met mede-
j hulp en ondersteuning van die mannen­zelve waren tot stand
" gebragt. Vergeefs toonden ze hun aan, dat de Roomsch­
` katholieke kerkregeling zelve volgens de grondwet niet had
~ kunnen gekeerd worden; - dat echter het gevallen ministerie
·'l niets onbeproefd had gelaten om het kiezen van een kwet-
senden vorm te voorkomen, en over de verüdeling van die
pogingen zijn billijk misnoegen door terugroeping van onzen
gezant had kenbaar gemaakt. Vergeefs waarschuwden ze
hen, dat ze misleid werden; ­­ dat anderen het deel van den
leeuw zouden nemen; ­ dat het einde van alles zou zünz
magtsversterking der antirevolutionaire partij en - erkenning
der bisschoppen. lIen wilde niet hooren. In zijn godsdien-
stig gevoel gekwetst, liet men alleen door zijn godsdienstig
gevoel zich leiden. Aan reactionairen en antirevolutionairen
wilde men zich gaarne op genade of ongenade overgeven, l
zoo maar de constitutionelen ­ die men als de vrienden-bij- l
‘ "De Morgenster" bekent het (110 S7). `