HomeDe aprilbewegingPagina 97

JPEG (Deze pagina), 824.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

... Q2 ..
heimeli_jk in Nederland binnen te brengen; ­ men vergat, dat de
wenk gerigt was tot menschen die van een wettig regt gebruik
wilden maken, en als zoodanig een zeer gepaste aanmaning
behelsde om, in het belang eener rustige uitoefening van dat
wettig regt en dus ook van de rust des lands, met de meest-
mogelijke omzigtigheid en gematigdheid te werk te gaan.
"De ministers hadden, uit schaamte over hun verrader-
lijke handelwüze, sommige stukken voor de volksvertegen-
woordiging verborgen gehouden? Dat bleek, meende men,
uit de openbaarmaking der stukken zonneklaar. Las men
niet boven een vüftal die veclbeteekenende woorden: "aan
de Staten Generaal NIET medegedeeld?” Las men die niet, {
ook boven l1et opspraakwekkend briefje van van Sons- ik
beek? Men verloor geheel uit het oog, dat de afgevaardigde ;
uit Utrecht indertijd niets anders gevraagd had, dan over-
legging der nota’s of stukken die over de intrekking van
het concordaat met Rome gewisseld waren; ­ en dat het i E
"billet "’ van den minister aan onzen gezant het karakter
van zulk een nota in geenen deele bezat. Even zoo werd
voorbijgezien, dat later een af`gevaardigde uit de hoofdstad “ Z
inzage alleen van die stukken had gevraagd, "die betrek- ‘
king hebben tot de vertoogen, waarop bg deze motie" (de
bekende motie van orde) "gedoeld w0rdt," en dat ook­toen i
aan dat verzoek in den ruimsten zin was voldaan; ­ dat ·
niets anders was achtergehouden, dan wat niet gevraagd was.
"De ministers hadden tot den laatsten oogenblik toe het j
Protestantisme in het aangezigt geslagen? Vooral de mi- i
nister van Buitenl. Zaken had dat gedaan. Hij had het ,
gewaagd, in een confidentieel schrijven den Protestantschen I
godsdienstijver als een uitvloeisel van "prikkelbare gevoe­­ ‘°
ligl1eid" voor te stellen, en Utrecht te brandmerken als "een
stad, bekend door de onverdraagzaamheid van haar inwo-
ners." Hij had het durven betreuren, dat de kerkregeling
der Roomsch­katholieken niet "geregeld en rustig" was tot
stand gekomen. Men achtte het ondenkbaar, dat een Ne-
derlandsch minister het regt der Roomsch­katliolieken op
een bissehoppelijk kerkbestuur zou kunnen erkennen en een
rustige uitoefening van dat regt wenschelijk achten, zonder
zgn heiligste verpligtingen met voeten te treden. Men achtte
het ondenkbaar, dat een Nederlandsch minister in een ver-
trouwelijk schrijven den aard en oorsprong der beweging
W' De Ned., n"_2;7(i.
2 De hcer Godcfroi (Handel., dl. I, p. 297).